| 1 |
 |
“...27
stijgen en boven de zee dalen en het verbroken evenwicht
veroorzaakt een paar uren na zonsondergang eenen frisschen
landwind naar de zee, welke tot zonsopgang aan-
houdt. Yoor de kustbewoners voert hij de geuren van
het binnenland aan, in breede, moerassige vlakten, soms
ook schadelijke miasmen. De land- en zeewinden zijn
alleen aan de kusten waar te nemen en verheffen zich
hoogstens tot eenige honderden meters in den dampkring.
De visschers maken ’s morgens vroeg van den landwind
gebruik, om uit te zeilen en vallen in den namiddag met
den zeewind weer binnen.
Hoe in de Java zee land- en zeewinden afwisselen, leert
ons de luitenant ter zee Jansen (Maury-Jansen, Na-
tuurkundige Beschrijving der zeeën):
„Naarmate de zon aan den hemel klimt en het azuurgewelf
in haren schitterenden gloed dompelt, gaat het landwindje,
vermoeid van spelen, liggen. Hier en ginds dartelt het nog zoo
even over het water, als konde het den slaap niet vatten; maar
eindelijk worden zijne...”
|
|
| 2 |
 |
“...154
vlakte ruwe twijgen dezer wonden blaast. Behalve deze
coniferen herinneren ook de talrijke eikels, welke echter
wat grooter en platter zijn dan de onze, aan het vaderland.
Op den Merapi en den Keloet moeten nog de anggring
wouden genoemd worden. Palmen worden reeds zeer
zeldzaam. Moerassen zijn er in deze zone haast niet; we
noemen alleen het bronmoeras der Tji Taroem (zie p. 92).
d. de konde zone, boven 2500 M., welke geheel
vulkanisch is; de temperatuur neemt van 18 tot 8° C. af.
Men ziet er, als gevolg der geringe verweering, vaak kale
rotsen. De vulkaanhellingen zijn van 25 tot 40°. De
eenige kleine vlakte dezer zone is die van den Jang.
De vochtigheid der lucht neemt naar boven sterk af;
ze is doorzichtiger dan beneden, de hemel is dieper blauw,
’t contrast tusschen licht en schaduw sterker, ’t Geluid
plant zich in de ijle lucht minder goed voort; bij een
onweer, wat zelden voorkomt, hoort men eenen lichten
knal, geenen rollenden donder. Reizigers hebben...”
|
|