| 1 |
 |
“...452
in het oosten, althans in naam, aan Temate, in het wes-
ten, zooals we reeds zagen, tot de residentie Menado.
Vóór het oostelijk deel liggen de Togean of Schild-
padden eilanden; de kleine zijn koraalrotsen, de groote
bestaan uit zandsteen; slechts twee er van worden be-
woond. Ze leveren veel sago, van welke een deel der
opbrengst als schatting wordt betaald aan Todjo, een
der zes Boegineesche staatjes in het westen; de schild-
pad- en tripangvisscherij zijn belangrijk.
Het centrale bergland is nog zeer onvolledig be-
kend. Het centrum der Alfoersche bevolking - de Top-
antunuasu (= hondenvleescheters), zooals de be-
woners van Kajeli, of Toradja’s '(= bovenlanders),
zooals die van Loewoe haar noemen - is het groote
Kano Posso, dat door de gelijknamige rivier, met het
plaatsje Posso aan den mond, afvloeiing heeft naar de
golf van Tomini. Op de nieuwste kaarten wordt het ge-
teekend volgens Riedel, die het naar de aanwijzingen
der Mandsche hoofden in kaart...”
|
|