| 1 |
 |
“... ze zich daar in dessa’s,
welke door de aanhoudende oorlogen verlaten waren, ge-
vestigd (zie kaart Vlil); de Javanen vermengen zich on-
gaarne met hen. De Madoereezen dragen broeken van
een bij zonder snit, welke van boven met groote knoopen
versierd zijn. Van hunne krijgshaftige natuur heeft de
Regeering gebruik gemaakt, door aan de regenten de
verplichting op te leggen, legerkorpsen — barisan’s — voor
het Gouvernement te onderhouden; de regent van Bang-
kalan moet dit volgens contract zelfs op eigen kosten.
Alle aanzienlijken op Madoera zijn officier bij .de barisans.
De Madoereezen zijn goede soldaten; ze namen o. a. deel
aan de eerste expeditie tegen Atjeh. Door Nederlandsche
officieren, bijgestaan door het noodige Europeesche kader,
worden ze onderwezen. Met het oog op hunne ontvlam-
bare natuur is het den Madoereezen verboden, wapenen
te dragen.
Madoera werd gedeeltelijk door de O.-I. Compagnie
SCHUILING, TROPEN. 15...”
|
|