| 1 |
 |
“...104
poeser (= centrum) van hun land; het is de kop van
den spijker, waarmede Java aan denaardboiisgeklonken;
op den top vindt men een heilig graf. Iets verder zuid-
waarts vindt men het schoonste monument van Java’s
oudheid, n.1. de ruïnen van den Boro-Boedoer, eenen
Boeddhistischen tempel.
§ *1. Overeenkomstig den vroeger opgegeven bouw (§ 18)
Het bergland verdeelen we het bergland van Oost-Java in:
van
Oost-Java. a■ het Zuider kalkgebergte;
b. de Noorder kalkgebergten;
e. de vulkanen.
a. Het Zuider kalkgebergte, in zijn geheel vaak
(Joenoeng Kidoel (=r Zuider gebergte) genoemd, strekt
zich van den Merapi tot den Semeroe langs de zuid-
kust uit. In het westen hangt het samen met de zuid-
oostelijke ribben van eerstgenoemden vulkaan, in het
oosten met de zuidelijke ribben van den laatstgenoemden.
Het geheel is eigenlijk ééne oude koraalrif, welke aan-
zienlijk is opgeheven, zoodat ze zich in het noorden van
Patjitan en het zuidwesten van Kediri tot boven 1000 M...”
|
|
| 2 |
 |
New Page
“...125
eener Europeesche stad. De nauwe straten en stegen van
het andere deel zijn ongezond; de Europeanen, ook de
resident, wonen dan ook bij voorkeur te Tangkil, ten
noorden er van, dat er door eene schoone tamarindenlaan
mee verbonden is. Yroegere pestziekten werden wel eens
aan de uitbarstingen van den Tjerme toegeschreven. Men
heeft er een drietal groote koffiepakhuizen. In de dicht
bevolkte Chineesche en de groote Arabische wijken vindt
men veel toko’s, in de eerste eenen zeer schoonen klin-
ting (tempel).
Even ten noorden van Tangkil vindt men de dessa
Astana (= vorstelijke begraafplaats), met het graf van
den sjeik Noeroe’d-dln Ibrahim ibn Maulana Israll (=r
licht van den godsdienst, Ibrahim, zoon van onzen heer
Israël), den eersten verkondiger van den islam in West-
Java en den grondlegger van de dynastie der sultans van
Tjeribon, tevens den stichter der stad. Zijn mausoleum
stijgt in terrassen omhoog ; op het vijfde is het heilige
graf en op het vierde staat...”
|
|
| 3 |
 |
“...m
plantsoen wilde Junghuhn begraven worden; eene eenvou-
dige zuil op zijn graf getuigt van den eerbied en de be-
wondering voor dezen onovertroffen kenner van Java’s
vulkanen (§ 5). Nahem hebben Yan Gorkom enMoens
de cultuur verder geleid en tot bloei gebracht. Reeds drie
jaren voordat in 1869 de eerste oogst werd gewonnen,
was de cultuur op particuliere landerijen bij Garoet be-
gonnen. De eigenlijke kinazone ligt tusschen 1500 en
1800 M. hoogte.
Het koortswerende bestanddeel van den kinabast heet qui-
nine. Yooral in de buitenste schorslagen komt het voor;
daarom snijdt men gedung reepen uit den bast, welke
daarna, met mos bedekt, spoedig weder aangroeit. De
kinaplantsoenen moeten zorgvuldig gewied worden; snoeien
en sleunen is bovendien zeer noodig. Als ziekten en plagen
moeten vooral genoemd worden: een zwart boorkevertje,
eene groote, bruingele larve van eene groote, zwarte tor
en de theeroest. Na 6 a 8 jarigen leeftijd vermeerdert het
quininegehalte niet meer...”
|
|
| 4 |
 |
“...; ze is bijna ondoordringbaar; geen
dier schijnt er verblijf te houden en het is er stil als in
een graf. Yooral aan de oost- en zuidkust vindt men
zeezandvlakten, soms met moerassen, wemelende van
krokodillen, er achter. De hoogste der berggroepen ligt
vrij wel in het centrum, iets naar het noordeu; de beide
toppunten heeten Ta dj am Laki (Laki = man) en Tad-
jam Bini (Bini =; vrouw), beide 510 M. hoog; de spitse
top van den eersten heeft den kegelvorm, die van den
tweeden is gespleten; het geheele Ta dj am gebergte is
met zwaar woud bedekt en wordt door De Groot het meest
schilderachtige oord van het eiland genoemd. De andere
groepen zijn aanzienlijk lager. Aan de noordoostkust ver-
heft zich de alleenstaande Bóeroengmandi tot ruim
400 M. Aan de zuidkust, ten westen der diep indrin-
gende baai van Balok, ligt de berg Blitong, welke
vroeger de talrijke zeeroovers van het eiland den weg naar
de veilige baai wees. De hoogste berggroep ligt tevens
in de hoofdwaterscheiding...”
|
|