| 1 |
 |
“...B. CELEBES EN DE OMLIGGENDE EILANDEN.
gingen T C/,0V$ “ ******** = Spél* besi, d. i. ijzerei-
tw van hetland 18 ^300 d mijlen, dus 5V2 X Nederland, groot.
eiland. De aequator snijdt het, maar verdeelt het niet, zooals
Sumatra en Borneo, in twee ongeveer gelijke helften;
het noordelijkste punt, de Noord kaap, ligt op bijna
2° N. B., het zuidelijkste op bijna 6° Z. B. De vorm is
zeer vreemd en fantastisch, maar toch voor Indië karak-
teristiek, met het oog op Borneo en Halmaheira. Het
centrum is hier nog duidelijker aanwezig dan op Borneo;
als zoodanig geldt hier Boeloe (= berg) Latimod-
jong (ook wel Latiboedjong). Van daar stralen de
vier enorme armen naarhet noordoosten, oosten, zuidoos-
ten en zuiden uit; door diep indringende golven zijn ze
gescheiden. Een Portugeesch geschiedschrijver noemde
het skeletachtige geheel eenen grooten sprinkhaan. ■
Het binnenland is zeer weinig bekend. Het geheel is
echter een aaneensluitend bergland met kleine rivier- en
kustvlakten...”
|
|