| 1 |
 |
“...32
1824. N*. 28.
den dezelve publicatie in te trekken en buiten effect te stellen,
en daarentegen hebben gearresteerd en vastgesteld de volgende
ordonnantie!
Willende dienvolgens dat deze Onze ordonnantie, zoo als die van
woord tot woord hierachter is gevoegd, van stonden aan, worde
nagekomen.
En opdat zulks ter kennisse van een ieder worde gebragt, zal
deze worden gepubliceerd ter plaatse alwaar zulks alhier ge-
bruikelijk is. .
Aldus gearresteerd in Onze raadsvergadering, op St. Eustatius,
den 30sten Junij 1824, en gepubliceerd den 7den Augustus daar-
aanvolgende.
(Get.) W. *A. van Spengler.
Ter ordonnantie van denzelve,
(get.) T\ G. Groebe.
REGLEMENT voor de kano- en werknegers op het eiland
St. Eustatius.
Art. 1.
Het zal aan geene kano's vrijstaan, eenige goederen of personen
van boord van de schepen of vaartuigen, ter reede liggende, aan
wal, of wel van den wal aan boord van dezelve schepen of vaar-
tuigen te brengen, dan alleen aan de zoodanige , welker...”
|
|
| 2 |
 |
“...34
1824. N°. 28.
rijn aan de uitspraak van heeren commissarissen voornoemd.
Blanken en vrjjlieden, die weigeren zullen zich aan derzelver uit-
spraken te onderwerpen, zullen verbeuren eene boete van vijf
pezos van achten, ten profijte der armen; slaven, die weigeren
zullen zich aan deze uitspraak te onderwerpen, zullen op order
van heeren commissarissen worden gestraft als by art. 4 is be-
paald.
Art. 9.
De loonen der kano- en werknegers worden bepaald zoo als bij
de navolgende tariven zyn vermeld.
Tarief voor de kanolieden•
Yoor het van boord halen en aan boord brengen, alsmede voor
het van de wal aan boord brengen van:
5 vaten meel of andere drooge provisien.... Ps.
5 vaten vleesch, spek, haring of makereel . . •
4 vaten suiker of melassie................ * . • .
20 vaatjes boter of reuzel ............... • •
20 kistjes kaarsen, zeep of andere artikelen, ter
zwaarte elk van niet meer dan 50 ponden . . . •
10 kasjes zoutevisch, of andere artikelen, ter zwaarte...”
|
|
| 3 |
 |
“...1830. N°. 52.
127
n®. öa.
REGLEMENT op de reede van St. Eustatius.
Art. 1.
Alle schippers of bevelhebbers van koopvaardijschepen of vaar-
tuigen met hunne onderhebbende bodems ter reede van St. Eustatius
aankomende zullen verpligt zijn zich te onderwerpen aan en te
gedragen naar de bevelen van diengene, aan wien het opzigt over
dezelve reede is toevertrouwd en die als zoodanig de functien van
havenmeester uitoefent.
Art. 2.
De ambtenaar met het in- en uitklaren van vaartuigen belast
is verpligt, van des morgens acht tot des namiddags ten drie
ure, met uitzondering echter van Zón- en feestdagen, ter ver-
vulling van deze zijne functien te zijnen kantore te vaceren.
Art. 3.
Bij de aankomst van eenig vaartuig op de reede, hetzij hetzelve
slechts af- en aanlegt om met den wal communicatie te hebben,
of ten anker wil komen, zal de schipper of wel de hem in rang
opvolgende persoon van de equipagie verpligt zijn, zich allereerst
te begeven bij den Komman deur des eilands...”
|
|
| 4 |
 |
“... onder des-
zelfs equipage of anders aldaar aan boord zijnde personen mogt
plaats hebben, zal het noch aan den schipper, noch aan de sche-
pelingen , noch aan eenigen anderen zich aan boord bevindenden
persoon vrijstaan, aan den wal te komen dan na daartoe eene
schriftelijke vergunning van den Komman deur te hebben verkregen,
op poene van eene door den schipper telkens te betalen geldboete,
die niet minder zal kunnen zijn dan honderd,^ en niet meer dan
vijf honderd gulden, naar gelang van omstandigheden. _
Wanneer zich gedurende het verblijf van eenig vaartuig ter reede
zoodanige ziekten aan deszelfs boord mogten openbaren, zal de
schipper, onder eene gelijke poènaliteit, zorg moeten dragen, dat
daarvan de Kommandeur onverwijld worde verwittigd.
In het een en in het ander geval zullen door of van wege den
Kommandeur de noodige maatregelen worden genomen, zoowel tot
gerief van den lijder of lijders, als om de verspreiding van eene
aanstekelijke ziekte onder de equipages der...”
|
|
| 5 |
 |
“...132
1830. N°. 52.
gekocht of overgenomen, op welke wijze ook, zullen verbeuren
eene gelijke boete van niet minder dan vijf en twintig en niet
meer dan honderd gulden. ’ r' ■ '
Het zal echter aan den Kommandeur vrijstaan, daartoe aan-
gezocht en om voldoende redenen, van de in dit artikel voor-
komende bepaling dispensatie te verleenen.
Art. 14,
Geen matroos of schepeling, onder den rang van stuurman, van
eenig vaartuig, hier niet tehuis behoorende, zal na zons-ondergang
aan den wal mogen blijven zonder voorzien te zijn van eene
behoorlijke schriftelijke permissie van den schipper of gezagvoerder ,
welk permit hem echter niet na acht ure te stade zal komen;
Zullende het aan geen matroos of schepeling veroorloofd zijn na
het avondschot aan den wal te vertoeven, op poene van opge-
nomen en in het Fort gezet te worden tot des anderen daags:
welke straf mede zullen incurreren dezulken, welke zonder permit
na zons-ondergang en vóór acht ure zullen worden geapprehendeerd...”
|
|
| 6 |
 |
“...
dan twee honderd gulden, naar gelang der omstandigheden.
Art. 18.
Het zal niet veroorloofd zijn na zons-ondergang op eenige andere
plaats te landen als tegenover het Waaghuis, zelfs niet aan of
binnen den zoogenaamden Kistdam, zonder speciale permissie van
den kom man derenden officier der wacht in het Benedendorp.
Na zons-ondergang zullen almede geene visschers- of sjouwers-
kano’s het strand mogen verlaten dan na eene bekomene schrif-
telijkc toestemming van den Kommandeur, op poene van confiscatie
van zoodanige sloep of kano.
De kommandant van de wacht in het Benedendorp zal verpligt zijn,
elke sloep of kano, welke zich in gereedheid stelt na zons-ondergang
den wal te verlaten, zulks te beletten, in zooverre zich op dezelve
alhier te huis behoorende slaven mogten bevinden, dezelve aan te
houden en aan hunne respective meesters over te geven.
Behalve de hierboven vermelde straf van confiscatie, zal ook
die in overtreding van dit artikel of in poging daartoe wordt be...”
|
|
| 7 |
 |
“...1831. No. 60.
18a-
gerekend dezulken, welken; ofschoon geen burgers-, door den Kom-
mandeur, ingevolge art. van het Algemeen Reglement op het
beleid der regering enz., de inwoning zal worden toegelaten, en
binnen dezelve met hun gezin en slaven (indien zij eenige hebben}
werkelijk woonachtig zijn, en daardoor gelijk de burgers deel nemen
in het dragen der overige directe en indirecte belastingen.
Art. 14.
Eenig Amerikaansch of ander vaartuig op deze reede ten anker
komende, en derzelver lading geheel of gedeeltelijk, zonder aan
wal op te slaan, uitsluitende, hetzij dezelve aan een gevestigd
koopman is geconsigneerd of niet, zal daartoe eene schriftelijke-
permissie moeten obtineren, zoo als bij art. 9 ten opzigte der pa-
tenten is bepaald, en eene belasting betalen geëvenredigd naar de
waarde der lading; welke belasting, wanneer de lading niet is-
geconsigneerd, zoo na mogelijk zal worden gesteld op 2 percent,
doch geconsigneerd zijnde, op één pet. op de geheële...”
|
|
| 8 |
 |
“...1834. N°. 79.
249
N». 79.
PUBLICATIE.
IN NAAM DES KONINGS.
De Gezaghebber der kolonie St. Eustatius en Saba,
Allen, die deze zullen zien, of hooren lezen, salut 1 doet te weten:
Overwegende dat schippers en stuurlieden van kleine vaartuigen,
alhier of in de naburige eilanden t’huis behoorende en welke
volgens bestaande verordeningen, voor zooverre deze kolonie be-
treft, vrije personen moeten zijn, de gewoonte hebben aangenomen
om wanneer hunne vaartuigen op deze reede ten anker liggen,
aan wal te vernachten en de bewaring van hun onderhebbend
vaartuig aan het overige scheepsvolk (veelal slaven) over te laten,
waardoor de goede ingezetenen aan zware verliezen worden bloot-
gesteld, .
Zoo is het, dat Wij, den Kolonialen Raad in de vergaderingen
van den 14den Julij en 24 dezer gehoord hebbende, hebben goed-
gevonden en verstaan te statueren, zoo als Wij goedvinden te
statueren bij deze:
Art. 1.
Eenig vaartuig, hier of op de naburige eilanden t’huis behoo-
rende en...”
|
|