| 1 |
 |
“... bezittingen
noodzakelijk geworden is, om, ten aanzien van andere met deze
stoffe in verband staande onderwerpen, eenige nadere en algemeen
geldende bepalingen vast te stellen,
Zoo is het, dat Wij hebben goedgevonden en verstaan te arres-
teren, zoo als Wij doen bij deze:
Art. 1.
Tot dat daarover door Zijne Majesteit anders zal worden beslist)
zullen in de Nederlandsche West-Indische bezittingen, op grond van
de aldaar nog Agerende wetgevingen, geene jongmans, die hun
vijf-en-twintigste jaar nog niet bereikt, en geene jonge dochters,
die haar twintigste jaar nog niet bereikt hebben, in ondertrouw
mogen worden opgenomen, tenzij aan de ambtenaren, met de so-
lemnisatie der huwelijken belast, van de toestemming hunner ouderen
of den langstlevende van dien, hetzij door derzelver mondelinge
verklaring-, hetzij by schriftelijke acte, zal zijn gebleken. Zullende
het aan de voornoemde ambtenaren niet geoorloofd zijn, bij ont-
stentenis van zoodanige toestemming, met het opnemen in onder...”
|
|