Your search within this document for 'reis' resulted in two matching pages.
1

“...9 90 1829. N°; 45» 1829. N°. 45. PUBLICATIE. Wij Wilhelm Johan Leendert van Raders, van wege zijne Majes- teit den Koning der Nederlanden Kommandeur der eilanden St. Eustatius en Saba, -enz., enz., enz., Aan alle degenen, die deze zullen zien, of hooren lezen, salut! doen te weten: Dat aangezien de opgaven van slaven, zoo als dezelve^ bij art. 10 van het Reglement voor belasting, bij besluit van Zijner MajesteitsCommissaris-Generaal in dato 15 Julij 1828is bepaald, niet door alle ingezetenen zijn ingeleverd geworden, en zij door deze nalating vervallen zouden zijn in eene boete, gelijkstaande aan het bedrag der belasting; en in aanmerking nemende dat deze overtreding van het reglement meer aan onwetenheid dan aan moedwilligheid is toe te séhrijven, alzoo het binnen deze kolonie tot hiertoe gebruikelijk is geweest dezelve later in te leveren, hebben goedgevonden te besluiten, zoo als besloten wordt bij deze: 1°. om de ingezetenen dezer kolonie voor deze reis te ver...”
2

“...1832. N°. 67. 203 2°. dat schippers of gezagvoerders, yams of tras aan boord hunner vaartuigen willende inladen, zich vooraf zullen hebben te voorzien van een schriftelijk permit, met vermelding der hoeveel- heid, welke zij verlangen in te schepen, welk permit, gratis door den armmeester te verleenen, aan den eersten wethouder ter visie zal worden voorgelegd, opdat zoodanige maatregelen mogen geno- men worden als welgemelde wethouder noodig zal oordeelen om het frauderen der kerke- of armenkas zooveel mogelijk tegen te gaan; 3°. dat de schipper of gezagvoerder van eenig vaartuig, meer dan 500 pond yams (welke hoeveelheid voor scheepsgebruik op eene reis voldoende worden geoordeeld), of eenig tras, hoe gering ook, zonder van een permit voorzien te zijn geweest, aan boord hebbende, zal verbeuren eene geldboete van vijf en twintig gulden, en behalve de aan boord bevondene yams, welke voor de armen voor verbeurd zullen worden gehouden, of, onverminderd de regten op de aan...”