| 1 |
 |
“... gebleven, en de termijn
van verjaring middelerwijl mogt zijn verschenen, zalfde verjaring
voor altijd en onherroepelijk door de belanghebbenden^ijn verkregen.
Art. 56.
Aan de publieke schatkist wordt op den dag van het overlijden
eens ingezetenen der respective Nederlandsche West-Indische be-
zittingen voor het regt van successie een algemeen privilegie op
al de nagelaten roerende goederen toegekend, onmiddellijk rang
nemende na de schuldvorderingen, welke volgens de koloniale
wetten of costumen als preferente schulden worden aangemerkt.
Art. 57.
Al de door den vorigen eigenaar ten gevolge van deszelfs
overlijden nagelatene en in de respective Nederlandsche West-
Indische bezittingen gelegene onroerende goederen zullen voor
liet regt van successie en dat van overgang legaal zijn verbonden;
zullende echter zoodanig verband niet behoeven te worden gepro-
tocolleerd.
Art. 58.
Het bij
â– zullen ein
gende op
de twee vorige artikelen vermeld privilegie en verband
digen met den...”
|
|