| 1 |
 |
“...-
schoonen van de boete, waarin dezelve zijn vervallen;
2°. te bepalen dat de hoofd- en familielijsten ter gewone
plaatsen zullen worden ingeleverd, tot en met den lOden der
aanstaande maand April, op poene als bij het voorz. reglement be-
paald; moetende op de lijsten worden gebragt de ouderdom
der blanken, vrije personen en slaven, en in de kolom van aan-
merkingen worden aangeteekend de kinderen, welke sedert de
laatste "opgave zijn geboren, en die slaven welke zjjn aangekocht
en van wien; terwijl onder de lyst opgave zal moeten worden
gedaan van dezulken, welke gedurende dat tydvak z\jn afgestor-
ven, verkocht of gemanumitteerd;
3°. de ingezetenen te herinneren, dat deze belasting bij
voorschreven reglement is bepaald zoo als dezelve tot hiertoe is
inoevorderd, namelijk twee gulden voor iederen slaaf, en twee
gulden voor het hoofd van ieder huisgezin; en dat dezelve naar
den geest van voormeld reglement kwartaalsgewijze ten kantore
van den ontvanger zal moeten worden voldaan...”
|
|
| 2 |
 |
“..............................
en voor iedere meerdere bladzijde ....
voor acten van aanstelling der navolgende amb-
tenaren :
1. secretaris van het Gouvernement . . .
2. secretaris van het gemeentebestuur . .
3. boekhouder en magazijnmeester .. • .
4. ontvanger.............................
5. vendumeester..........................
6. commissaris van het klein-zegel ...
7. geregtsbode...........................
8. onderschout en cipier. ...............
LEGES. EMOLU- MENTEN’.
ƒ 2.00 ƒ i.oo
1.00 1.00
0.50 0.50
2.50 2.50
2.00 2.00
» 2.00
» 1.00
» 2.00
n 0.50
» 2.00
» 0.50
80.00 4.00
100.00 4.00
80.00 4.00
40.00 4.00
60.00 4.00
20.00 2.00
20.00 2.00
20.00 2.00...”
|
|
| 3 |
 |
“... publicatie vast te stellen termijn,
daarvan aangifte te doen, wat de koloniën Suriname en Curaontvanger, en wat de
koloniën St. Eustatius en St. Martin aangaat, ten kantore van den
kolonialen ontvanger, als welke respective ambtenaren met de
perceptie van dit middel zijn belast.
Art. 10.
Deze aangifte zal moeten geschieden bij eene schriftelijke, door
den aangever of de aangevers onderteekende memorie, welke op
ongezegeld papier zal kunnen worden geschreven, en in dewelke
alle doorhalingen, uitschrappingen of veranderingen van woorden
of cijfers door de aangevers in margine goedgekeurd en ten blijke
daarvan onderteekend of geparapheerd moeten worden.
Art. 11.
Bij deze memorie zal moeten worden opgegeven:
1. waar ter plaatse de nagelatene onroerende goederen, voor
zooverre die gelegen zijn in de bezittingen waar het sterfgeval
heeft plaats gehad, in dezelve zijn gesitueerd;
2. welke de grootte zij der ongebouwde eigendommen, voor...”
|
|
| 4 |
 |
“...1830. N°. 55.
147
Art. 20.
Bijaldien de aangifte binnen den bepaalden óf door den Gou-
verneur-Generaal öf de respective Gezaghebbers verlengden termijn
niet wordt gedaan, zullen degenen, die daartoe krachtens deze
publicatie verpligt zijn, verbeuren eene boete van honderd gulden.
Art. 21.
Wanneer dezelve veertien dagen, nadat het ter oplegging van
deze boete gevallen vonnis zal zijn gegaan in kracht van gewijsde,
alsnog in gebreke zijn gebleven om de memorie van aangifte in te
dienenvzullen dezelve gestraft worden met gevangenis, uit welke
zij niet zullen worden ontslagen alvorens door hen aan het pu-
bliek ministerie bewijs zij geproduceerd der door hen ingediende
memorie van aangifte; zullende de Begtbanken van kleine zaken
te dezen einde door den ontvanger, met de perceptie van dit middel
belast, moeten worden geadieerd, als die, onder den last van appèl
aan het hof of dë raden van civile en criminele justitie, ten deze
speciaal worden competent verklaard.
Art...”
|
|
| 5 |
 |
“...1830. N°. 55.
149
Art. 23.
De aangevers zullen de vrijheid hebben om, vóór het doen der
aangifte, de in het vorig artikel vermelde zaken, voor zooverre
die voor taxatie vatbaar zijn, door deskundigen te laten waarderen.
Van deze hunne gezindheid zullen zij bij eene insinuatie, door
de deurwaarders bij de regtbanken van kleine zaken te betee-
kenen, aan den ontvanger, met de perceptie van dit middel belast,
doen blijken. Bij deze insinuatie zullen zij de door hen benoemde
deskundigen opgeven, met sommatie aan den vermelden ambtenaar,
om binnen den tijd van acht dagen insgelijks deskundigen van zijne
zijde te benoemen.
De wederzijdsche benoemde deskundigen in hun gevoelen ver-
schillende , zal te Suriname en te Curasao door den president van
het gemeentebestuur, en te St. Eustatius en St. Martin door de
respective Gezagvoerders, daartoe door partijen of eene van beide
geadieerd, een derde deskundige worden toegevoegd, op de resul-
taten van welker handeling van...”
|
|
| 6 |
 |
“... aangegeven.”
Art. 27.
De griffier of secretaris van het hof of den raad zal aan de
aangevers een certificaat van deze eedsprestatie, binnen twee maal
vier en twintig uren nadat dezelve is afgelegd, ter hand stellen,
ten einde door hen bij de memorie van aangifte gevoegd en ge-
lijktijdig met dezelve aan den ontvanger, met de perceptie van
dit middel belast, te worden ingediend; zoodanig certificaat zal
vrij zijn van zegel, leges en emolumenten.
Art. 28.
In geval van ziekte of afwezendheid zullen de respective boek-
houders - controleur, of die derzelver functien in de respective
Nederlandsche West-Indische bezittingen vervullen, daartoe door
de belanghebbenden te adieren, verlof kunnen geven dat de eed
bij speciale procuratie worde afgelegd.
Art. 29.
De ontvangers, met de perceptie van dit middel belast, de
memorien van aangifte ontvangende, zullen daarvan aan de aan-
gevers een schriftelijk bewijs afgeven, waarin de dagteekening van
de ontvangst met schrijfletters moet zijn...”
|
|
| 7 |
 |
“...1830 No. 55.
151
merkingen hebben, zullen zij aan de belastingschuldigen een door
hen op te maken quotisatie-biljet doen toekomen, vermeldende,
zoo in cijfers als schrijfletters, de som voor welke zij, ten gevolge
van deze hunne aangifte en overeenkomstig de bepalingen in deze
publicatie vervat, door hen zijn aangeslagen geworden.
Art. 31.
De quotisatie-biljetten zullen kosteloos door een der deurwaarders
bij de regtbanken van kleine zaken aan de belastingschuldigen
worden bezorgd, waarvan bij een behoorlijk proces-verbaal of
relaas, door gemelde beambten op te maken en aan den ontvan-
ger ter hand te stellen, zal moeten blijken.
Art. 32.
Bijaldien de ontvanger met de ingediende memorie van aangifte
geen genoegen mogt nemen, hetzij ter oorzakeer, naar zijn inzien,
goederen mogten zijn verzwegen, of dat dezelfde schulden twee ot
meermalen op de memorie gebragt zijn, of dat er zoodanige schul-
den in deielve voorkomen, welke volgens de tegenwoordige publi-
catie niet...”
|
|
| 8 |
 |
“...152
1830. No. 55.
Art. 35.
De ontvanger zal op gelijke wijze te werk gaan, wanneer de
aangevers, binnen den bij art. S3 gestelden termijn, de memorien
van aangifte, ingevolge zijn verlangen, zullen hebben verbeterd
of geredresseerd.
Art. 36.
Wanneer de aangevers binnen den evengemelden termijn de
memorie van aangifte niet naar bet verlangen van den ontvanger
hebben verbeterd of geredresseerd, maar integendeel deszelfs re-
marques óf geheel óf gedeeltelik hebben tegengesproken, zal de
ontvanger deze zaak ter kennisse brengen van de respective boek-
houders-controleur, of die derzelver functien vervullen, die, dezelve
daartoe gedisponeerd achtende, den ontvanger zullen autoriseren
om de aangevers voor de regtbanken van kleine zaken te dagvaar-
den , ten einde de memorie van aangifte te zien verbeteren naar
het verlangen der finantiele administratie, of wel op zoodanige
wijze die in te rigten, als dezelve naar regten zullen vermeenen
te behoojren. •
Art. 87.
Wanneer...”
|
|
| 9 |
 |
“...1830. N». 55.
153
Art. 41.
Wanneer dezelve alle drie mogten verschillen, zullen de som-
men, waarop elk hunner het goed heeft gewaardeerd, bij elkander
worden getrokken, en het fiat daarvan door het getal van drie
worden gedeeld.
De som, welke van deze deeling het resultaat zal zijn, zal als
de wettelijke prijs van het goed worden beschouwd.
Art. 42.
Wanneer het vonnis, door de regtbank ten deze te wijzen,
in kracht van gewijsde zal zijn gegaan, zal de door dezelve bij
hetzelve vonnis aangenomene memorie van aangifte de grondslag
zijn, waarnaar de ontvanger het quotisatie-biljet zal opmaken,
waarmede voorts zal worden te werk gegaan als bij artt. 30 en 31
is gezegd.
Art. 43.
Wanneer het ten deze gevoerde geding genoegzame renseïgne-
menten mogt hebben aan de hand gegeven om te veronderstellen
dat de aangevers voorbedachtelijk te kwader trouw en met ge-
noegzame kennis van zaken eene verkeerde aangifte hebben inge-
diend, zullen dezelve als meineedigen of...”
|
|
| 10 |
 |
“...154
1830. N°. 55.
gesteld, voor zooverre namelijk die goederen, alvorens het doen
der aangifte, in voege als bij hetzelve artikel vermeld, zijn ge-
waardeerd geworden.
Art. 48.
De ontvanger zal in het opmaken van de aan de belasting-
schuldigen uit te reiken quotisatïe-biljetten, en alzoo in den
aanslag van deze belasting, zich regelen naar de volgende beginselen.
A. Regt van overgang.
Wegens hetzelve zal geheven worden:
1. in de regte lijn:
a. voor den eigendom een percent;
b. voor het vruchtgebruik een half percent;
2. in de collaterale lijn of tusschen niet verwante personen:
a. voor den eigendom vijf percent;
b. voor het vruchtgebruik twee en een half percent.
Voor de betaling van het regt van overgang zal geenerlei uit-
stel mogen verleend worden. .,
Het regt van overgang zal zoo voor het verkrijgen van den blooten
eigendom als voor het vruchtgebruik gelijktijdig binnen den bij
art 49 bepaalden tijd moeten voldaan worden; terwijl daarente-
gen bij de daarop...”
|
|
| 11 |
 |
“... vruchtgebruik met den blooten
eigendom zal zijn vereenigd.
Wanneer, alvorens deze vereeniging plaats heeft, de bloote
eigendom door overlijden aan anderen overgaat, zal deze opschor-
ting voortduren, doch zullen de verkrijgers verpligt zijn, ten
genoegen van den ontvanger, voldoenden borgtogt te stellen voor
hetgeen eventueel door hen wegens regt van successie mogt zijn
verschuldigd....”
|
|
| 12 |
 |
“...
van den ontvanger moeten voldoen, op poene van parate executie,
zoo als in materie van belasting gebruikelijk is.
Art. 50.
De belastingschuldigen, welke zich tegen deze executie zouden
willen verzetten, zullen hunne actie te dien einde moeten insti-
tueren voor de regtbanken van kleine zaken, welke bij deze be-
voegd worden verklaard om over alle regtsvorderingen van dien
aard, zonder onderscheid van het bedrag der sommen, kennis te
nemen, als wordende de jurisdictie van dezelve regtbanken ten
deze onbepaald uitgebreid, behoudens echter het regt van appèl
aan het hof of de raden van civile en criminele justitie, niet
alleen ten aanzien van zoodanige vorderingen, welke volgens het
gewone regt appellabel zijn, maar ook ten aanzien van zoodanige,
welke volgens het gewoon regt zulks niet zouden zijn, en dus°de
som van f 1.50 niet overtreffen.
Art. 51.
Desgelijks zullen de regtbanken van kleine zaken, mits onder
gelijken last van appèl, bevoegd zijn, om kennis te nemen van...”
|
|
| 13 |
 |
“... moeten gedragen worden dat
dergelijke maatregel, voor zooverre zulks nog niet het geval mogt
zijn, aldaar tot stand worde ,-gebragt.
Art. 61.
De bedienaar der begravenissen te Suriname en de beambten,
onder dezen of dergelijken naam in de overige Nederlandsche West-
Indische bezittingen bekend, zullen verpligt zijn het dubbel van
het bij hen ontvangen certificaat binnen vier en twintig uren na
de plaatsgehad hebbende begravenis (Zon- en feestdagen niet mede
gerekend) ten kantore van den ontvanger, met de perceptie van het
regt van successie en van overgang belast, te vertoonen, die het-
zelve zal overnemen en aan den bedienaar der begravenissen of
daarmede gelijkstaande beambten een behoorlijk bewijs van ont-
vangst daarvoor zullen uitreiken.
Art. 62.
De bedienaren der begravenissen of daarmede gelijkstaande
beambten hierin nalatig zijnde, of later dan binnen den bij het
vorig artikel gestelden termijn zich van deze hunne verpligting
kwijtende, zullende verbeuren eene...”
|
|
| 14 |
 |
“...160
1830. N°. 55.
iedere maand aan den ontvanger moeten doen toekomen eeno lijst
van al de sterfgevallen, welke in de voorgaande maand aan hen
zijn aangegeven geworden, zonder onderscheid van jaren, sexe, of
godsdienst der overledenen.
Deze lijst zal niet alleen moeten inhouden vermelding van de
geslachtsnamen, voornamen, ouderdom, beroep en woonplaats van
den overledene, van de dagteekening zijns overlijdens, en van de
dagteekening en plaats zijner geboorte, maar ook of de overle-
dene was ongehuwd , gehuwd, weduwenaar of weduwe, met ot
zonder kinderen, alsmede of hij al dan niet onroerende goederen
hebbe nagelaten; alles overeenkomstig het model bij deze pu-
blicatie gevoegd sub lit. A.
Art. 64.
Dergelijke lijsten zullen, wat Suriname betreft, door de kapi-
teins in de divisien of andere burgerlijke opperhoofden, vóór den
tienden dag van elke maand aan den secretaris van het gemeente-
bestuur worden ingezonden, die dezelve lijsten onverwijld aan den
ontvanger, met...”
|
|
| 15 |
 |
“...
het openen en uitlezen van eenige door den dood bevestigde uiterste
wilsbeschikkingen kenbaar worden, binnen den tijd van acht dagen
na derzelver opening en uitlezing, den met de perceptie van dit
middel belasten ontvanger schriftelyk kennis te geven, met naauw-
keurige vermelding:
a. van den naam en voornaam des testateurs;
b. van de dagteekening der uiterste wilsbeschikking;
c. van de dagteekening der opening of uitlezing;
d. van den naam en voornaam der bevoordeelden;
e. van den aard, den titel en het bedrag der daarbij besprokene
voordeelen;
ƒ. van de namen der daarbij aangestelde testamentaire execu-
teurs of voogden.
En zulks op eene geldboete van tien gulden voor eiken dag
verzuim.
Art. 69.
Zoomede zullen de ambtenaren met de notariële practijk belast
en in de hoofdplaatsen der Nederlandsche West-Indische bezit-
tingen residerende, binnen acht dagen nadat eenige acte van
repudiatie of aditie van eenige erfstelling of van executele te
hunnen overstaan zal zijn...”
|
|
| 16 |
 |
“...162
1830. N°. 55.
Art. 70.
De notariële ambtenaren, welke buiten de respective hoofdplaatsen
der Nederlandsche West-Indische bezittingen resideren, zullen zich
van de verpligting, bij de twee vorige artikelen vermeld, bij de
eerstkomende gelegenheid na de bij bet vorige artikel vermelde
acht dagen moeten kwijten.
Art. 71.
Wanneer, in weerwil der bij de vorige artikelen vermelde ren-
seignementen, bij den ontvanger, met de perceptie van dit middel
belast, geene genoegzame zekerheid mogt bestaan omtrent de per*
sonen, welke tot eenige nalatenschap zijn beregtigd, zullen zij
de bevoegdheid hebben zich deswege, door het intermediair van
den president der gemeentebesturen wat Suriname en Curasao
aangaat, en door tusschenkomst des respective gezagvoerders wat
de koloniën St. Eustatius of St. Martin aangaat, aan de respec-
tive wijkmeesters, districtsmeesters, burgerkapiteins, of onder welke
andere namen dergelijke beambten in de respective bezittingen
bekend mogten zyn...”
|
|
| 17 |
 |
“...1830. N°. 55.
163
rende goederen zijn belast, zullen in het bij het vorig artikel
vermelde geval daartoe niet mogen overgaan-, tenzij aan hen,
bij een schriftelijk, door den ontvanger, met de perceptie van dit
middel belast, af te geven certificaat, zij gebleken, dat van het te
transporteren onroerend goed het regt van successie of dat van
overgang is betaald, of wel dat van hetzelve geenerlei regt is
verschuldigd.
Art. 74.
Alle vroegere wetsbepalingen, strijdig met cenig artikel dezer
publicatie, of met een gedeelte van hetzelve, worden vervallen
gehouden en buiten werking gesteld.
Art. 75.
De respective boekhouders-controleurs, of die in de Nederlandsche
West-Indische bezittingen de functjen dezer ambtenaren bekleeden,
zijn speciaal belast met het toezigt op de stipte nakoming der
bepalingen in de tegenwoordige publicatie vervat.
En opdat niemand hiervan eenige onwetendheid voorwende,
zal deze op de gebruikelijke wijze worden gepubliceerd en in het...”
|
|
| 18 |
 |
“... ten kantore van den boekhouder, des noods
onder eede, in tegenwoordigheid der beide wethouders en ontvanger
af te leggen, inleveren eene opgave der gedurende den loop van
hetzelve opgeleverde producten, waarop door denzelve zal worden
berekend de verschuldigde belasting, welke, na aftrek van V8 per-
cent kwartaals op het beloop der op zoodanige plantage geves-
tigde hypothecaire schulden, dadelijk bij den ontvanger zal worden
gestort, mede met opgave der nog op handen zijnde producten.
Art. 3.
De eigenaren of directeuren van suiker- of veeplantages, en
eigenaren van vee in het dorp zullen van den 1 sten tot den 8sten
January aan den voet hunner hoofd- en familielijsten almede
opga vermoeten doen van al het vee hun toebehoorende of onder
hun opzigt, met vermelding der eigenaren, voor zoover die met
werkelyk tot de plantage of den eigenaar zelven, maar aan anderen
of verwanten toebehooren.
Art 4.
Voor taan
«onderhands
zullen de huurcontracten schriftelyk moeten doch...”
|
|
| 19 |
 |
“...
moeite en kosten dan elders gepaard gaat, zoo zal, ten einde dezelve
niet te krenken, en voor te komen dat de belasting op dezelve
en die op de slagt ten laste der veefokkers vallen, het schapen-
vleesch met 21/2 cent, het runder- met 5 cents en het kalfs-
vleesch met 71/2 cent boven de door de wet bepaalde of te be-
palen prijzen worden verhoogd.
Art. 7.
Voor het afzetten van rundvleesch of kalfsvleesch zal de lijst
worden geëxhibeerd aan den boekhouder, die zijn naam daarop,
zal stellen ten einde den ontvanger a priori daarmede te belasten,
en de betaling gerekend na de slagting van het vee, en uiterlijk
vóór den laatsten dag van het kwartaal.
Art. 8.
De klasse, waarin de gepatenteerde kooplieden, winkeliers,
broodbakkers enz. vallen, wordt bepaald door den gemeenteraad
vóór den lOden van ieder kwartaal.
Art. 9.
Het verlangen om een patent te verkrijgen, hetzij voor een jaar
of minder tijdvak (doch niet onder de drie maanden), tot de
uitoefening van eenig beroep of...”
|
|
| 20 |
 |
“...182
1831. No. 60.
boekhouder in geschrifte op het minst alhier in gebruik zijnde
zc«cl -worden kennelijk gemaakt t en wel als volgt:
De ondergetcckcnde (a) . . • • verlangt (b)......ge-
durende de eerstkomende en achtervolgende (c)...........maan-
den . . . ., mits de belasting daarop bij het reglement bepaald
betalende”*- ■ [ • ‘ ‘
Deze aangifte zal vóór of niterlijk op den lOden van de vol-
gende maand, wanneer de klassen, waarin de belanghebbende
vallen zal, zijn bepaald, door den boekhouder de belasting zal
kunnen zijn berekend en daarop aangeteekend, en nadat de eerste
wethouder daartoe zal hebben geviseerd, worden geligt, wanneer
het patentregt onverwijld bij den ontvanger zal moeten worden
gestort, die op de aangifte zelve quitantie Zal verkenen.
Art. 10.
Een slaaf of slavin winkel houdende of eenig ambacht uitoefe-
nende, zal de aangifte van zijn of haar verlangen om daartoe be-
voegd te worden, hetzij door zijn of haar eigenaar, ot door hen
zelven (doch in...”
|
|