| 1 |
 |
“...1810. N°. 3 en 4. 1811. N°. 5. 8
do forbid by these presents, the selling by English weights and
measures, and in case any person or persons of the above di-
scription, or any other, whomsoever it might be, shall be found sel-
ling by any other than by Dutch weights or measures, they shall
for each time pay a penalty of thirty pieces of eight.
Done in court, held at St. Eustatius the 27th July 1810.
By Commandant and Concil,
By Command,
{get.) H. W. Pandt,
Prov. Seer.
No. 4.
PROCLAMATION.
Whereas many slaves are seen strolling about the streets of the
Upper and Lower Town, at all hours of the night,
Commandant and Council have thought proper to order, that
every slave met in the streets after nine o’clock (at wich hour the
gun will hereafter be fired) without having a written permit from
his, her or their owner, or a lantern with a lighted candle
therein, to prove that they are out on their owners business,
shall be taken up and committed to the fort, there to...”
|
|
| 2 |
 |
“... t
doen te weten:
Alzoo Ons ter ooi en is gekomen, dat niettegenstaande de her-
haalde publiCatien met betrekking ‘tot het niet op straat loopen...”
|
|
| 3 |
 |
“...294
1839. N°. 91.
lonien , van don 21 sten November, n°. 21, en die van de Depar-
tementen van Marine en van Buitenlandsche Zaken, van den7den
en léden December jl., nis. 42/jg en 8;
Den Baad van State gehoord, advies 8 dezer, n°. 4;
Gelet op Ons besluit van den 13den December 1818 (Staatsblad
n°. 44), wegens het nemen van prijsschepen in het verdeelen der
prijs- of buitgelden;
Willende, in afwachting van meer algemeene wettelyke ver-
ordeningen, eenige bepaling ter zake voorschreven maken,
Hebben besloten en besluiten:
Art. 1.
Telkens wanneer een geroofd vaartuig op de zeeroovers her-
nomen en gebragt wordt binnen een Onzer West-Indische bezit-
tingen, en wanneer de uitspraak van den bevoegden regter zal
hebben uitgemaakt, dat er eene dusdanige herneming heeft plaats
gehad en wie de hernemer is, zal deze laatste regt hebben op
een bergloon, waarvoor des noods het hernomen schip en lading
aansprakelijk zijn, en welk bergloon door den regter, naar gelang
der...”
|
|