| 1 |
 |
“... art. 11
gevorderd, in orde bevonden hebbende en de zaak overigens daartoe
gedisponeerd achtende, zullen aan de verzoekers brieven van ad-
missie tot het burgerregt in forma verleenen.
Ten einde dezelve echter voor de belanghebbenden van kracht te
doen zijn, zullen zij, door exhibitie van dezelve, voor hunne in-
schrijving op het burgerregister zorg dragen, waarvoor zij zullen
moeten betalen zoodanige leges en emolumenten, als in detariven
der onderscheidene koloniën daarvoor zijn of zullen worden vast-
gesteld.
Art. 17.
Het burgerregt wordt verloren:
a. door eene afwezigheid van drie achtereenvolgende jaren uit
de kolonie, tenzij art. 5 lit. ƒ, of art. 6 lit. b en art. 7 lit. c, op
den afwezige mogt van toepassing zijn; •
b. door het ophouden van den titel of de oorzaak, waarop het
burgerregt was gegrond.
Art. 18.
Degene, die zich meer dan een jaar en zes weken in eenige
kolonie heeft opgehouden, zal, hetzij hij middelerwijl al dan niet
eene admissie tot inwoning, of...”
|
|
| 2 |
 |
“... het burgerregt opgenoemd, alsmede van de
brieven van admissie in forma, toe te staan naar aanleiding van
art. 16 van dat reglement, zijnde bij het aangetogen 4de artikel
aan de Gezagvoerders op de eilanden opgedragen om de bedoelde
leges en emolumenten, onder nadere goedkeuring van hetGouver-
nement-Generaal, zoodanig te regelen als de omstandigheden
vorderen en oorbaar geacht worden zal;
In aanmerking nemende dat de voor Suriname bij de aange-
haalde publicatie vastgestelde leges en emolumenten voor deze
kolonie doelmatig zijn; ...
Willende dezelve op St. Eustatius in werking brengen,
Zoo is het, dat Wij goedgevonden hebben, onderhevig aan de
nadere approbatie van het Gouvemement-Generaal der Ncder-
landsche West-Indische bezittingen, te bepalen gelijk geschiedt bij
deze:
Art. 1.
Van het toestaan van het verzoek van zoodanige personen als
in art. 7 van het reglement worden opgenoemd, om autorisatie...”
|
|
| 3 |
 |
“...op den ambtenaar, met het houden van het burgerregister belast,
om in dat register te worden ingeschreven, zal te St. Eustatius,
buiten en behalve de gewone leges en emolumenten op het indie-
nen van verzoekschriften vastgesteld, moeten worden betaald
f 10 leges en f 5 emolumenten.
Art. 2.
Van het verleenen van brieven van admissie tot het burgerregt
in forma, krachtens het meer aangehaalde 16de artikel, zal te
St. Eustatius, mede buiten en behalve de gewone leges en emo-
lumenten op het indienen van voorschriften vastgesteld, moeten
worden voldaan ƒ 30 leges en f 20 emolumenten.
Art. 3.
Behalve de voorschriften opgenóemd in art. 6, en welke, krachtens
dat artikel, op ongezegeld papier kunnen worden geschreven, en
die mitsdien ook uit dien hoofde bij deze van leges en emolu-
menten worden vrijgesteld , zullen bij alle andere requesten tot
het burgerregt betrekking hebbende, of uit het reglement des-
wege voortgevloeid of zich daarop grondende, moeten worden...”
|
|
| 4 |
 |
“... kolonie St Eustatius en Saba.
Art. 27.
Wanneer eenige geboorte mogt plaats hebben in eenig openbaar
of bijzonder hospitaal, gevangenhuis of andere daarmede gelijk-
staande gestichten, zullen de chefs, bestuurders of de opzigters
van zoodanige inrigtingen, onder de bij art. 22 vermelde poena-
liteit, tot de aangifte verpligt zijn.
Art. 28.
Bijaldien eenig kind, in echt verwekt, aan boord van een Ne-
der landsch in de kolonie St Eustatius en Saba t’huis behoorend
vaartuig, op zee of in eene vreemde haven geboren wordt, zal
de vader, zoo hij op het vaartuig aanwezig is, of anders de be-
velhebber , vergezeld van twee der equipage, verpligt zijn om,
binnen drie maal vier en twintig uren na de terugkomst met zijn
onderhebbend vaartuig binnen dezelve kolonie, daarvan de gevor-
derde aangifte in forma te doen, op poene als bij art. 22 is voormeld.
Art. 29.
Van de geboorte van kinderen, buiten echt verwekt, aan boord
van Nederlandsche in de kolonie St. Eustatius en Saba t’huis...”
|
|