| 1 |
 |
“...1844. N°. 100.
317
aan den onderschout en cipier; zullende het gebruikelijke kostgeld
moeten worden voldaan. Ten opzigte van slaven zal de deur-
waarder in het oog houden, dat geen slavenkind onder den vollen
ouderdom van zes jaren van z\jne of hare moeder zal mogen wor-
den afgescheiden.
Bijaldien de debiteur geene goederen mogt bezitten, zal daarvan
op het relaas' melding worden gemaakt, zullende van iedere exe-
cutie een afzonderlijk relaas geformeerd worden volgens het hier-
achter gevoegd model lit. B, waarvan kopij aan den geëxecuteerde
afgegeven zal worden. Voor deze verrigting zal mogen gerekend
worden als bij het tarief van den deurwaarder is vastgesteld.
Art 7.
De roerende goederen en slaven, in voege voorschreven in
executie genomen, zullen door den deurwaarder, na veertien da-
gen en na twee aankondigingen, ter plaatse waar zulks te doen
gebruikelijk is, publiek bij executie worden verkocht; zullende
hij voor zijne verrigtingen bij den executiven verkoop...”
|
|