Your search within this document for 'Sint-Eustatius' resulted in 123 matching pages.
 
1

“... laste van particulieren, zoowel als van deze ten laste der publieke administratie, zul jen verjaren . » 1830. » 51. Ter beteugeling en bestraffing van feitelijke gewelddadigheden.................... . , . » » 52. Waarbij wordt vastgesteld een reglement op de reede van St. Eustatius. . . . . » i) 53. Waarbij nadere bepalingen worden daarge- steld omtrent de voortdurende kracht der koloniale wetgeving, ten uanzien van de toestemming der ouders in de huwelijks- verbindtenissen hunner kinderen, en eenige daarmede in verband staande onderwerpen. » vil 90. 9\ 92. 94. 98. 114. 116. 127. 138....”
2

“...XII 1840. N°. 93. Houdende bepaling van den termijn binnen welken van vonnissen, ter eerster instantie gewezen bij de regtbanken van Curasao, St. Eustatius en St. Martin, appèl moet aan- geteekend en dat appèl voor het Geregtshof in Suriname vervolgd worden.............Bladz. 299. „ 94. Waarbij de bepalingen der nieuwe wetge- ving voor bet Koningrijk der Nederlanden, met betrekking tot de meerder jarigheid, van toepassing worden gemaakt voor de Neder- landsche W est-Indische bezittingen ... » 301- 1843. 95. Houdende wijziging der wet op het feite- 303. 96. Houdende wijziging van art. 2 van het re- glement voor de schutterij ...... » 306. 1843. 97. Houdende nadere voorziening omtrent het manumitteren van slaven in de Nederlandsche West-Indische bezittingen ” 308. 98. Strekkende ter vereenvoudiging van de regts- pleging ten aanzien van de misdrijven, be- kend onder den naam van feitelijke geweld- 311. dadigheden ” 1844. 99. Houdende eenige nadere...”
3

“...2 1809. N®. 1. 1810. N®. 2 en 3. En opdat niemand hiervan eenige ignorantie zoude mogen komen te pretenderen, zal deze worden gepubliceerd en geaffigeerd ter plaatse alwaar men gewoon is zulks^ te doen. Aldus gearresteerd in Onze vergadering, gehouden op St. Eustatius, den 7den van Wintermaand 1809. (Get.) W. C. Mussenden. Ter ordonnantie van denzelve , (get.) H. W. Pandt, Fungerend als Secretaris. 4810. N®. 3. PROCLAMATION. Commandant and Council having thought it necessary that a certain hour should be fixed, at which time the market or mar- kets shall cease on Sundays or other Holydays, do hereby order, that nine o’clock in the morning of Sundays and other Holy- days, the markets shall be broken up and not to recommence be- fore four o’clock of the afternoon of such days. And do further enjoin the schout to see this proclamation carried into eflect by seizing for his own use whatever he may find in the markets (the fish market on_ the Bay excepted) after one...”
4

“...1810. N°. 3 en 4. 1811. N°. 5. 8 do forbid by these presents, the selling by English weights and measures, and in case any person or persons of the above di- scription, or any other, whomsoever it might be, shall be found sel- ling by any other than by Dutch weights or measures, they shall for each time pay a penalty of thirty pieces of eight. Done in court, held at St. Eustatius the 27th July 1810. By Commandant and Concil, By Command, {get.) H. W. Pandt, Prov. Seer. No. 4. PROCLAMATION. Whereas many slaves are seen strolling about the streets of the Upper and Lower Town, at all hours of the night, Commandant and Council have thought proper to order, that every slave met in the streets after nine o’clock (at wich hour the gun will hereafter be fired) without having a written permit from his, her or their owner, or a lantern with a lighted candle therein, to prove that they are out on their owners business, shall be taken up and committed to the fort, there to...”
5

“...4 1811. N». 5. 1815. N«. 6. brought in a clandestine manner at ni^ht in Town to sell, which irregularity does tend greatly to the prejudice of the planters , not- withstanding ist having been prohibited by former proclamations of 20th February 1793 and of 10th February 1802 . they do therefore of a new by these presents sereously forbid every individual, with- out distinction, of buying from any slaves whatsoever, any canes (either whole or jointed), sugar, or syrrup, unless the said negro produce a ticket from their owner, on penalty that such pur- chaser 'if a white person, will be fined fifty pieces of eight, if a free person, to be imprisoned for three days on bread and water, and if a slave, to be severely whipped, and do further recommend to all white and free presons, wherever they may find canes, either whole or jointed, selling, to cake them away and give immediate notice thereof to the Fiscal. Done in court, held at St. Eustatius, 28th February 1811. Ey...”
6

“...1815. N°. 6. 1816. N“. 7. 5 as may be found at any other place, and the owner or owners of them made responsible for all the consequences that may result from a disobedience of these orders; it is however allowed to the fishermen, who might be desirous to go a fishing before the gun fires in the morning, to take away their boats, by applying to the guard. And that none may plead ignorance of this order, shall these presents be published by beat of drum and affixed at the usual places. Done in court, held at St. Eustatius the 8th June 1815. By Command, (get.) T. G. Groebe. First sworn Clerk. 1816. No. 7. PUBLICATIE. Wij Reinier ’tHoen, van wege Zijne Majesteit den Koning der Nederlanden Gouverneur ad interim van St. Eustatius en onder- hoorige eilanden, en de Raad van Politie deszelven eilands, Aan allen, die dezen zullen zien, of hooren lezen, salut! doen te weten: Nademaal sommige militairen, behoorende tot het garnizoen dezes eilands, niet nalaten, om, in...”
7

“... van rhum of andere sterke dranken, ofschoon dezelve militairen,geen rhum of andere sterke dranken gekocht of gebruikt hadden, zal hun aanwezen in dezelve winkels of huizen beschouwd worden als of zij werkelijk rhum of andere sterke dranken gekocht of gebruikt hadden, en zullen de voorzegde slijters, in wier huizen eenigen der voorzegde mili- tairen zullen gezien worden, vervallen in de boete en straffen by art. 1 bepaald. Art. 3. Alle slaven, welke zullen overtuigd worden van eenige rhum of sterke dranken aan de voorzegde militairen bezorgd te hebben, zullen gestrengelijk aan den lijve gestraft worden. En opdat niemand hiervan eenige ignorantie pretendere, zal deze worden gepubliceerd en geaffigeerd ter plaatse waar men gewoon is zulks te doen. ■ . _ _ . .. Aldus gearresteerd in Onze raadsvergadering op ot. Eustatius, den 18den Maart 1816. (Qet.) E. *t Hoen. Ter ordonnantie van denzelve, (get.) H. W. Pandt, Secretariat...”
8

“...1816. N*. 8. 1817. N°. 9. 7 N°. 8. PUBLICATIE. Wij Reinier ’tHoen, van wege Zijne Majesteit den Koning der Nederlanden Gouverneur ad interim van St. Eustatius en onder- hoorige eilanden, en de Raad van Politie van gemeld eiland, Aan alle degenen, die deze zullen zien, of hooren lezen, salut! doen te weten: Alzoo Wij in ervaring zijn gekomen, dat er verscheidene ge- stolen goederen als anderzins door slaven en slechte vrijlieden werden te koop geveild, en ook door sommigen, zoo blanken als lieden van de kleur, gekocht voor veel minder dan de waarde derzelve, en Wij daartegen willende voorzien, Zoo is het, dat Wij bij deze zijn renouvellerende de publicatie daar- tegen geëmaneerd, verbiedende allen en een iegelijk, wie het ook zoude mogen wezen, van nu voortaan geene koopmanschappen, van wat natuur die ook zouden mogen wezen, alsmede geen pluim- of ander vee van slaven of suspicieuse vrijlieden te koopen, tenzij dat zoodanige persoon of personen met eene schriftelijk...”
9

“... gebruikelijk is. Aldus gearresteerd in Onze raadsvergadering, gehouden op St. Eustatius, den 6den February 1817. (Get.) E. ’t Hoek. Ter ordonnantie van denzelve, (get.) T. G. Groebe, Secretaris. N®. 10. PUBLICATIE. Wij Eeinier ’t Hoen van wege Zijne Majesteit den Koning der Nederlanden Gouverneur ad interim van St. Eustatius en onderhoorige eilanden , en de Raad van Politie van gemélde eilanden, Aan alle degenen, die deze zullen zien, of hooren lezen, salut! doen te weten: Nademaal er door sommige veldwachters en andere negersla- ven een verregaand misbruik wordt gemaakt van de bestaande ordonnantiën op zoodanig vee als op vreemde gronden en ook in het suikerriet komt grazen, zoodanig zelfs, dat sommigen zich niet ontzien om vee van vreemde gronden in het riet en op de gronden hunner meesters te jagen , ten einde gelegenheid te hebben om hetzelve te dooden en het zich zoo niet geheel, dan echter gedeeltelijk toe té eigenen; terwijl voorts het niet insluiten van de gronden in...”
10

“... beletten van op verbodene gronden over te gaan, alsmede om op te letten of de wachters by het grazende vee blijven, of wel hetzelve verlaten, en hem in het laatste geval daarvoor te straffen. En opdat niemand hiervan eenige ignorantie pretendere, zal deze worden gepubliceerd en gealfigeerd ter plaatse alwaar zulks alhier gebruikelijk is. Aldus gearresteerd in Onze raadsvergadering, gehouden op St. Eustatius, den lsten Mei 1817, en gepubliceerd den 19den derzelve maand. {Get.) R. ’t Hoen. Ter ordonnantie van denzelve, (get.) T. G. Groebe, Secretaris. N°. 11. PUBLICATIE. Wij Abraham de Veer, Gouverneur over St. Eustatius, St. Martin en Saba, mitsgaders Generaal-majoor in dienst van Zyne Majesteit den Honing der Nederlanden, en de Raden van Politie derzelve eilanden, Aan alle degenen, die dezen zullen zien, of hooren lezen, salut! doen te weten: Nademaal Wy in ervaring zijn gekomen, dat eenige ingezetenen...”
11

“..., gehouden op St. Eustatius, den 21sten Julij 1817. [Get.) A. de Veer. Ter ordonnantie van denzelve, [get.) T. G. Groebe, Secretaris. N°. 12. PUBLICATIE. Wij Abraham de Veer, Gouverneur van St. Eustatius, St. Mar- tin en Saba, mitsgaders Generaal-majoor in dienst van Zijne Majesteit den Koning der Nederlanden, enz., enz., enz. Aan alle degenen, die deze zullen zien, of hooren lezen, salut! doen te weten: Alzoo Wij gezien hebben, dat niettegenstaande de voorzorgen door Qouverneur ad interim en Raden, bij publicatie in dato 1 Mei in werking gesteld, ten einde de vreessefijke gevolgen van brand voor te komen, eenige lieden zich niet ontzien, om ’s avonds na zons-ondergang, op eene zeer onachtzame wijze hunne gronden af te branden, Zoo is het, dat Wij goedgevonden hebben te ordonneren, zoo als Wij zijn ordonnerende mits deze, dat niemand, wie dezelve ook zoude mogen wezen, zal vermogen eenige gronden af te branden, of vuren op hunne landerijen na zons-ondergang te maken, vóór...”
12

“...12 1817. N«. 12. 1818. No. 13. 1819. N°. 14. En opdat niemand hiervan ignorantie pretendere, zal deze worden gepubliceerd en geaffigeerd ter plaatse alwaar zulks gebruikelijk is. Gearresteerd ten Onzen gouvernementshuize, op St. Eustatius, den 30sten September 1817. (Get.) A. de Veeb. Ter ordonnantie van denzelve, (get.) T. G. Gboebe, Secretarie. 1818. N». 13. PUBLICATIE. Wij Abraham de Veer, Gouverneur van St. Eustatius St. Mar- tin en Saba, mitsgaders Generaal-majoor in dienst van Zyne Maje- steit den Koning der Nederlanden, enz., enz., enz. Doen mits deze op bet serieuste allen en een ieder verbieden, om hoegenaamd geene goederen, provisien o£ andere artikelen, van wat aard of natuur het ook zoude mogen wezen, van eenige sol- daten, toebehoorende aan het garnizoen dezes eilands, te koopen of te ontvangen, tenzij dat zoodanig soldaat of soldaten voorzien zijn van een permit, geteékend door hunnen officier, op poene dat degenen, die bevonden zullen worden...”
13

“...- dere lieden, door ongehoorzaamheid aan deze orders, zullen komen te lijden. En zullen dé visscherslieden, welke des morgens, vóór dat de vrije wacht, geplaatst aan de Waag, aftrekt, op de vischvangst willende uitgaan, aan den officier van de wacht permissie hebben te vragen, ter bekoming van hunne booten en kano’s. Aldus gearresteerd in Onze vergadering op St. Eustatius, den 8sten April 1819. (Qet.) A. de Veeb. Ter ordonnantie van denzelve, (get.) T, G. Gjroebe, Secretaris. 1820. N». 15. PUBLICATIE. Wij Abraham de Veer, ridder der orde van den Nederlandschen Leeuw, Generaal-majoor in dienst van Zijne Majesteit den Ko- ning derNederlanden, Gouverneur-Generaal van St. Eustatius, St. Martin en Saba, en Raden van Politie van het eerstgemelde eiland, Aan alle degenen, die deze zullen zien, of hooren lezen, salut I doen te weten: Dat Wij goedgevonden en besloten hebben te arresteren en vast te stellen het volgend reglement en tarief voor de genees-, heel- en vroedmeesters...”
14

“...14 1820. N°. 15. worden toegezonden aan de heeren medicines doctoren William de Niefeld en William Packwood Hodge, respectivelyk met last om zich daarnaar stiptelyk te gedragen, en voorts kopij van hetzelve worden gepubliceerd en ter secretarie van den Baad gedeponeerd, ter visie van een ieder die daarin belang zouden mogen hebben. Aldus gearresteerd in Onze raadsvergadering, gehouden op St. Eustatius, den 18den February 1820. (Get.) A. de Veee. Ter ordonnantie van denzelve, (get.) T. G. Gkoebe, Secretaris. REGLEMENT voor de genees-, heel- en vroedmeesters van het eiland St. Eustatius. Art. 1. Iemand de genees-, heel- en vroedkunde, of een of meer dezer vakken binnen dit eiland willende uitoefenen, zonder daartoe directelijk van wege het Ministerie voor het Publieke Onderwys, de Nationale Nijverheid en de Koloniën, of het Nederlandsche Gouvernement herwaarts te zijn uitgezonden, zal alvorens door het Gouvernement dezer kolonie behoorlijk moeten zyn geadmitteerd...”
15

“...16 1820. N°. 15. giale operatien, verlossingen enz. mogen berekenen, dan bij het volgend tarief is bepaald. TARIEF voor de genees-, heel- en vroedmeesters van het eiland St. Eustatius. Elke eerste visite in het Boven- of Benedendorp, drie pezos van achten. Dito in het land, niet verder dan de plantages Fairplay, Schotsenhoek en Zorg en Rust, vier pezos van achten en vier realen. Dito verder dan voorzegde plantages, zes pezos van achten. Dito aan boord van een vaartuig af en aan, of ten anker liggende, elf pezos van achten. Consultatien met één of meer doctoren, voor elk vijf pezos van achten. Voor elke volgende visite in het Boven- of Benedendorp, vier realen. Dito niet verder dan de plantages Fairplay, Schotsenhoek en Zorg en Rust, een pezos van achten. Dito verder dan gemelde plantages, een pezos van achten en vier realen. Voor alle visiten, welke men van een doctor des nachts , te weten van 8 ure des avonds tot daglicht 's morgens, zal requireren, zal het...”
16

“...1820. N°. 15 en 16. 19 Voormelde operatien enz. aan slaven gedaan wordende, zal daarvan alleenlijk de helft der hiervoren bepaalde prijzen berekend worden, en ten opzigte van alle chirurgicale operatien aan blanken en vrije gekleurde kinderen naar advenent. Gearresteerd en vastgesteld in de vergadering van politie, ge- houden op St. Eustatius, den 18den Februarij 1820. Ter ordonnantie van den Gouverneur-Generaal en Raden, (get.) T. G. Groebe, Secretaris. Gepubliceerd den lsten Mei 1820. • (Oet.) Groebe , Secretaris. N». 16. PUBLICATIE. Wij Abraham de Veer, ridder der orde van den Nederlandschen Leeuw, Generaal-majoor in dienst van Zjjne Majesteit den Ko- ning der ^Nederlanden, Gouverneur-Generaal van St. Eustatius, St. Martin en Saba, en Raad van Politie van het eerstgemeld eiland, Aan alle degenen, die deze zullen zien, of hooren lezen, salut 1 doen te weten: Alzoo herhaalde klakten worden gedaan wegens het dobbelen en spelen der slaven alhier, alsmede van de...”
17

“...20 1820. N°. 16 en 17. of des daags, niet een stok in de hand, op poene van dadelijk te worden opgevat en met zweepslagen te worden afgestraft. En opdat niemand hiervan eenige ignorantie zoude mogen ko- men te pretenderen, zal deze worden gepubliceerd en gealfigeerd ter plaatse alwaar zulks alhier gebruikelijk is. Gearresteerd in Onze raadsvergadering, gehouden op St. Eusta- tius, den 2dén Mei 1820. (Get.) A. de Veer. Ter ordonnantie van denzelve, (get.) T. G. Groebe, Secretaris. N°. lï. PUBLICATIE. Wij Abraham de Veer, ridder der orde van den Nederlandschen Leeuw, Generaal-majoor in dienst van Zijne Majesteit den Koning der Nederlanden, Gouverneur-Generaal van St. Eustatius, St. Mar- tin en Saba, en de Raad van Politie van het eerstgemeld eiland, Aan alle degenen, die deze zullen zien, of hooren lezen, salut! doen te Veten: Alzoo Wij tot Ons innig lèedwezen ondervonden hebben, dat, niettegenstaande de plakkaten van den lande en de vorige or- donnantiën van de...”
18

“...1820. N®. 17 en 18. 21 En opdat niemand hiervan eenige ignorantie zoude komen te pretenderen, zal deze worden gepubliceerd en geaffigetrd ter plaatse alwaar zulks op dit eiland gebruikelijk is. Aldus gearresteerd in Onze raadsvergadering, op St. Eustatius, den 2dcn Mei 1820. (Get.) A. de Veeb. Ter ordonnantie van denzelve, (get.) T. G. Groebe, Secretaris. N®. 18. PUBLICATIE. Wij Abraham de Veer, ridder der orde van den Nederlandschen Leeuw, Generaal-majoor in dienst van Zijne Majesteit den Koning der Nederlanden, Gouverneur-Generaal van St. Eustatius, St. Martin en Saba, en de Raad van Politie van het eerstgemeld eiland, Aan alle degenen, aie jpeze zullen zien, of hooren lezen, salut! dpen te weten: AIzoo Wij bevinden dat, niettegenstaande de ordonnantie tegen het afschieten van geweren in de respective dorpen dezes eilands geëmaneerd , zulks nogtans dagelijks wordt gedaan, Zoo is het, dat Wij goedgevonden hebben de ordonnantiën, daarte- gen gedaan , mits deze...”
19

“...24 1822. N®. 20 en 21. Aldus gearresteerd in Onze raadsvergadering, gehouden op St. Eustatius, den 12den Junij, en gepubliceerd den 6den Julij 1822. Wij Diederik Johannes van Ro mondt, van wege Zijne Majesteit den Koning der Nederlanden Gouverneur ad interim over de eilanden St. Eustatius, St. Martin en Saba, en Raden van Politie van het eerstgemeld eiland, Aan alle degenen, die deze zullen zien, of hooren lezen, salut! doen te weten: In ervaring gekomen zijnde, het regt alhier op den verkoop, ruil of mangel van slaven, meermalen geëludeerd, en de verplig- tingen deswege bij publicatie van den* 12den April 1817 voor- geschreven , gebrekkig worden nagekomfu en hierop van tijd tot tijd fraudes bestaan; En ten einde beter te voorzien, Ons als een doelmatig middel is voorgekomen te bepalen, dat alle verkoopingen van slaven voortaan, in stede van onder ’s hands te geschieden, ter secre- tarie dezer kolonie te doen verlijden en passeren, Zoo is het dat Wij hebben...”
20

“...1822. N°. 21. 1823. N°. 22. 25 verkooper wijders gehouden, des gerequireerd wordende, de deug- delijkheid zijner aangifte Èoo ten aanzien van de overeenkomst al3 ten aanzien van den koopschat met eede te bevestigen. Zullende de kooper en verkooper, zoo wegens deze belasting als wegens de onkosten van den verkoopbrief, onderling kunnen accor- deren, doch de verkooper daarvoor aansprakelijk zijn; wordende alle onderhandsche verkoopingen, vermangelingen, ruilingen en donatien van slaven na dato dezes van nul en onwaarde gehouden. En voor zooverre de hierbij gemaakte bepalingen strijdig mogten zijn aan eenige'vroegere ordonnantie of reglementen, worden de zoodanigen alhier gehouden voor vervallen en buiten effect gesteld. En opdat niemand hiervan eenige ignorantie moge komen te pretenderen, zal deze worden gepubliceerd en gealfigeerd ter plaatse alwaar zulks alhier gebruikelijk is. Aldus gearresteerd in Onze raadsvergadering, gehouden op St. Eustatius, den lsten November...”