| 1 |
 |
“.... tin deze vergadering wordt door den Koning de volgen-
de eed of belofte op de Grondwet afgelegd.n
nitlk zweer (beloof) aan het Nederlandsche volk, dat ik de Grondwet
ssvan het Rijk zal onderhouden en handhaven.
di,Ik zweer (beloof), dat ik de onafhankelijkheid en het grondgebied
DDdes Rijks met al mijn vermogen zal verdedigen en bewaren, dat ik de
»„algemeene en bijzondere vrijheid en de rechten van al mijne onder-
yitdanen zal beschermen en tot instandhouding en bevordering van de
„„algemeene en bijzondere welvaart alle middelen zal aanwenden, welke
DDde wetten ter mijner beschikking stellen,■ zooals een goed Koning schut-
„„dig is te doen.
ddZoo waarlijk helpe mij God Almachtig! (Dat beloof ik) h »
*) Art. 52. Na het afleggen van dezen eed of belofte wordt de Koning
-in dezelfde vergadering gehuldigd door de Staten-Generaal, wier voorzitter
de volgende plechtige verklaring uitspreekt, die vervolgens door hem en
élk der leden, hoofd voor hoofd, beëedigd en bevestigd wordt...”
|
|
| 2 |
 |
“...- * * Ridderorden worden door eene wet, op het voorstel des
Konings ingesteld.» -
*) Art. 6o. »Vreemde orden, waaraan geene verplichtingen verbon-
den zijn, mogen worden aangenomen door den Koning, en, met zijne
-toestemming, door de Prinsen van zijn Huis.
tin geen geval mogen de onderdanen des Konings vreemde ordetee-
■kenen, titels, rang of waardigheid aannemen zonder zijn bijzonder verlof.»
Dit laatste lid spreekt van onderdanen. Wie zijn onderdanen? Op
•eene aanmerking van de Tweede Kamer in haar voorloopig verslag van
de begrootxng van 1869,' dat het geven van verlof door den Koning tot
diet dragen van het pauselijk onderscheidingsteeken aan hen, die zonder
zijne toestemming zich in pauselijken krijgsdienst hadden begeven, eene
ongerijmdheid was, wees de regeering op het verschil tusschen deze
redactie - waar van onderdanen gesproken wordt - en die van het
2de lid van art. 63 waar van Nederlanders sprake is. — «Onder de
-eerstgemelde uitdrukking,» zeide zij, «achtte men alle...”
|
|
| 3 |
 |
“... maatschappij, zooals de recognitiën of tributen van j
inlandsche vorsten, enz. Weder andere hebben betrekking op de
inkomsten van eenige staats-inrichtingen, als de post, telegrafie, j
paarden-posterij, enz.
Wat de inkomende en uitgaande rechten betreft, het tarief van |
in- en uitvoer voor Nederlandsch Indië is vastgesteld bij de wetj
van 17 November 1872 (Stbl. n°. 130, Ind. Stbl. 1873 n°. 35). j
Daarbij zijn de differentieele rechten afgeschaft, welke een lager j
invoerrecht deden heffen van voorwerpen, die van Neder] andschej
afkomst zijn, dan van die, welke uit vreemde landen werden in-
gevoerd i) * 3).
Van sommige artikelen is de uitvoer uit Nederlandsch Indie
aan een recht onderworpen, als huiden, koffie, suiker, tin en vo-j
gelnestjes, terwijl van indigo en tabak, wanneer zij niet bereid !
zijn voor de inlandsche markt, evenzeer uitvoerrecht betaald moetj
worden. Van doorvoer worden geene rechten geheven.
i) De zeezwaluw, wier nestje als lekkernij en artsenij veelal naai...”
|
|
| 4 |
 |
“... gouver-
I) Het Banka-tin wordt geacht in 1884 67000 pikols te zullen op-
brengen, tegen f 55 per 50 kilogram, ƒ4.495.700....”
|
|
| 5 |
 |
“...
regeering eene overeenkomst, om de producten van Nederlandsch-
Indië naar het moederland over te brengen, en aldaar te verkoopen.
Deze overeenkomst is den 28 Maart 1873 vernieuwd, en be-
krachtigd bij de wet van 17 Juni 1873 (Stbl. n°. 88). De maat-
schappij wordt met het agentschap van het gouvernement belast;
van daar dat nog op dit oogenblik de betrekking tusschen haar
en den minister van koloniën die van commissionair en commis-
siegever is. Volgens de laatste overeenkomst verbindt zich de Staat,
om zich voor het afschep en,rvervoeren, opslaan en verkoopen van de
producten van Nederlandsch-Indië van geene andere personen dan
van de Maatschappij te bedienen. Als waarborg deponeert zij 5
millioen guldens in geld of geldswaarde. Voor commissieloon wegens
het te gelde maken der producten, het gewone del credere daaronder
begrepen, geniet zij thans 2°/0 met uitzondering van het tin, waar-
voor zij lt-°/0 rekent, terwijl zij voor aanbesteding of bestelling
en verzending van...”
|
|