| 1 |
 |
“... keizerrijken Soeralcaria en Djokjo- ;
lcarta, beiden 'overblijfselen van het vroeger zoo machtige rijk van
Mataram. Zij staan nog onder het onmiddellijk beheer hunner eige-
ne vorsten — die van het eerste Rijk voert den titel van Soe- I
soehoenan, die van het andere dien van Sultan — beheeren hunne j
landen volgens hunne eigene rechten en hebben hunne eigene rijks- 1
bestierders, wier titel in de Javaansche taal Manka-Boemi heet I
— en verder hunne eigene hoogere en lagere ambtenaren. Ook ;
genieten zij van rijkswege eene ruime tegemoetkoming 1). Maar in
beide Rijken is ook van gouvernementswege een resident aangesteld, j
die eensdeels voor de belangen van de aldaar gevestigde Europe- I
anen en niet-Javaansche ingezetenen waakt, anderdeels de vriend- 1
schappelijke betrekkingen met den vórst onderhoudt, en grooten 1
invloed uitoefent op diens regeeringsdaden, terwijl hij eveneens een I
wakend oog houdt op de handelingen der onafhankelijke prinsen. I
i) De Soesoehoenan van...”
|
|
| 2 |
 |
“...451
met eenen inlander, die onderdaan is van het Nederlandsch gou-
vernementeemg misdrijf pleegt, staat hij terecht voor den residehtie-
raad; geschiedt zulks in gemeenschap met een Europeaan, dan is
de raad van justitie te Samarang de bevoegde rechtbank.
n Djokjokarta heeft men dezelfde inlandsche rechtscollegiën
als te Soerakarta;- alleen heet de KcuMpatèn daar Bate Mangoe.
Deze echter spreken alleen recht in civiele zaken. Wegens mis-
drijven staan de onderdanen van den Sultan terecht voor de recht-
bank mn cnminede zaken, die over alle misdrijven op des Sultans
grondgebied in het hoogste ressort beslist. De resident is voor-
zitter; de leden zijn de rijksbestierder en een of twee inlandsche
hooiden. Bij toepassing van de doodstraf moet het gevoelen van
den opperpriester ingewonnen worden, terwijl een Europeesche griffier
wordt toegevoegd i). Bovendien bestaat hier evenals te Soerakarta
een residentie-raad 2).
he*land< dat in Soerakarta aan den onafhankelijken prins...”
|
|