| 1 |
 |
“...VIERDE BOEK.
DE PROVINCIE, DE GEMEENTE, DE WATERSCHAPPEN^
<§>©»>-
HOOFDSTUK I.
DE PROVINCIE.
Gelijk wij boven x) reeds hebben aangeteekend, werd.de zelf-
standigheid, welke de provinciën tijdens de Republiek der Vereenig-
de Nederlanden genoten, door de Staatsregeling van 1798 vernie-
tigd. Zij werden in departementen veranderd, die wel is waar hunne
eigene besturen hadden, maar deze waren ondergeschikt en ver-
antwoordelijk aan het Uitvoerend Bewind z). De Staatsregeling
van 1801 bracht in zooverre daarin verandering dat aan de de-
partementale besturen eenige meerdere zelfstandigheid werd gege-
ven in het beheer van hunne huishoudelijke belangen. Ook werd
het ledental van ieder hunner bepaald naar het cijfer der bevol-
king 3). De Grondwet van 1815 huldigde een ander beginsel, nl.
de erkenning van het recht der provincie, om hare eigene verte-
') Blz. 20.
z) Elk departement was in zeven ringen verdeeld; ieder dezer rin-
gen vaardigde éen lid naar het...”
|
|