| 1 |
 |
“...wordt echter het voorschrift van het 2de lid van art. 70 der Grond-
wet in acht genomen, krachtens hetwelk de verkiezing van nieuwe
Kamers binnen veertig dagen moet plaats hebben, en deze binnen
twee maanden zullen samenkomen.
Is, mag men vragen, ontbinding der oude en de verkiezing der
nieuwe Kamers bepaald noodzakelijk ? Is daarin niet een groot
bezwaar voor het welslagen eener Grondwets-herziening gelegen ?
Bij de alzoo nieuw gekozen Kamers wordt het voorstel, zooals
het in de bovengenoemde wet is omschreven, door de regeering
ingediend, en aan de beraadslagingen onderworpen 1). Volgens
het ontwerp der Commissie van 17 Maart 1848, zouden deze be-
raadslagingen in eene vereenigde zitting der beide Kamers in dub-
belen getale moeten plaats hebben en het oorspronkelijk regee-
ringsvoorstel nam die voorschriften over; alleen tengevolge van de
opmerkingen voor het Voorl. Verslag, die vooral den omslag gol-
den, waardoor eene herziening der Grondwet zou worden bemoei...”
|
|