| 1 |
 |
“... het bij de wet bepaalde bedrag.
Deuren en vensters-, deze grondslag verschilt naar gelang van het cij-
fer der bevolking van de gemeente. De laagste klasse is van 3000, de
hoogste van 48000 zielen en daarboven. In de laagste klasse wordt f0.44,
in de hoogste ƒ 0.77 voor elke onmiddellijk in de open lucht uitkomende
deur of venster betaald.
Haardsteden, waarbij eene opklimmende reeks wordt toegepast. Voor
eene haardstede wordt f 0.35 betaald; voor twee ƒ 1.40, voor drie/3.60,
enz. Bij aanslag voor tien of meer betaalt men f 5 per haardstede.
Meubilair, eene belasting op de meubels, en wel l«/o van de waarde,
die‘berekend wordt of door schatters, öf door vermenigvuldiging met een
in de wet bepaald van 1—12 opklimmend cijfer.
Dienstboden-, deze worden in vijf categorieën verdeeld, nl. 1°. die gebezigd
worden voor persoonlijken, huiselijken of staldienst; 2». tuinlieden en tuin-
knechts; 3°. werkboden, gezellen en leerlingen; 4°. in en buiten’s huis
wonende bedienden, gebezigd...”
|
|