| 1 |
 |
“....
Zoo als thans het hooger onderwijs is ingericht, begint het reeds op
het gymnasium. De gymnasia worden onderscheiden in volledige
gymnasiën en progymnasiën. De eerstgenoemde hebben eenen cur-
sus van zes jaren; het leerplan is volgens het Kon. Besluit van
29 Juni 1878 (Stbl. n«. 98) geregeld. Elke gemeente met eene
bevolking van meer dan 20,000 zielen is verplicht een volledig
gymnasium te hebben. Een progymnasium heeft eenen cursus van
vier jaren. De leeraren der gymnasiën en progymnasiën worden
door den gemeenteraad benoemd en bezoldigd. De gemeenten kunnen
subsidiën van Staatswege bekomen. Het toezicht wordt uitgeoefend,
onder den minister van binnenlandsche zaken, door een inspecteur,
n0. 85 — 87, 159 en 160), gewijzigd bij Kon. Besluiten van 4 en 29 Juni
en 23 Sept. 1878 (Stbl. n«. 86, 98 en 139), nader gewijzigd en aangevuld
door Kon. Besl. van 21 Juni 1881 (Stbl. n®. 69).
1) Wat hier onder middelbaar onderwijs verstaan wordt, is niet dui-
delijk. Bij hetzelfde...”
|
|
| 2 |
 |
“... overeenstemming is met de inrichting der maatschappij.
Dit achten ook wij het beste, omdat daardoor een waarborg gege-
ven wordt, dat de Grondwet zelve verbeterd en de natie niet telkens
met nieuwe staatsregelingen zal worden overladen, waaraan zij
zich weder heeft te gewennen.
Het daartoe strekkend voorstel, dat hetzij door de regeering,
hetzij door de Tweede Kamer krachtens het haar toekomend recht
van initiatief wordt ingediend, moet de verlangde verandering dui-
delijk omschrijven, en daarbij uitdrukken dat er noodzakelijkheid
van herziening bestaat * *). Dit voorstel wordt op de gewone wijze
door de Staten-Generaal overwogen, en wanneer het dan tot
wet is verheven en behoorlijk is afgekondigd, worden de beide
Kamers der Staten-Generaal ontbonden 3); nieuwe verkiezingen
worden uitgeschreven, en nieuwe Kamers komen bijeen. Hierbij
Zie Handel, v. d. regeer, en de St.-Gener. over de herziening der-
Grondw. in 1848 (Belinfante) I 487.
2), Art 196; r, Elk voorstel tot verandering in...”
|
|