| 1 |
 |
“... DAM VAN ISSELT en
Jhr. w. l. F. c. ridder van rappard, deden het voorstel, om,
«aangezien het bleek, dat de regeering het initiatief niet verder
wilde nemen, dan door het voordragen der vijf ontwerpen, en zij
als het ware aan de Kamer overliet, om harerzijds de verdere voor-
drachten te doen, eene commissie van tien leden te benoemen, ten
einde eene lijst op te maken van de hoofdpunten, welke bij de her-
ziening der grondwet in aanmerking behoorden te komen, welke
lijst door de afdeelingen onderzocht en aangevuld zoude worden,
terwijl aan eene andere commissie uit vijf leden zou worden opge-
dragen, »het artikelsgewijze nazien der grondwet met inachtneming
*) Bijv. weglating van de Belgische provinciën; dat de huldiging voort-
aan te Amsterdam zou plaats hebben, dat het ledental van den Raad
van State, alsmede van de Eerste en Tweede Kamer, in verhouding der
nu kleiner geworden bevolking, verminderd werd; dat de bepaling volgens
welke de zittingen der St.-Gen. beurtelings...”
|
|
| 2 |
 |
“... sedert 1815, het antwoord op de troonrede achterwege
bleef. Hierdoor niet ontmoedigd, besloten nu negen leden der
Tweede Kamer: de heeren j. k. thobbecke, l. c. luzac, e. w.
VAN DAM VAN ISSELT, J. H. graaf VAN EECHTEEEN, J. M. DE KEM-
PENAEE, L. D. STORM, B. WICKERS, S. baron VAN HEEMSTRA en
s. h. anemaet, den 9en Dec. 1844, een voorstel in te dienen tot
eene volledige herziening der grondwet. Dat voorstel, bekend onder
den naam van het voorstel der negen mannen, voldeed aan de
rechtmatige eischen. De ingenomenheid waarmede het door de
l) De vijf regeerings-voorstellen werden later door acht andere aange-
vuld. Langs dezen weg werd de splitsing der Staatsbegrooting in eene
van gewone uitgaven, welke voor tien jaren werd vastgesteld, en eene
buitengewone, welke jaarlijks in overweging werd genomen, opgeheven,
om voor eene algemeene begrooting voor twee jaren plaats te maken.
Tevens werd de strafrechterlijke ministeriëele verantwoordelijkheid in de
grondwet gebracht en eene...”
|
|
| 3 |
 |
“... onzen landaard een
niet zeer dreigend karakter ontleent, uit dit oogpunt de samen-
stelling beter aan de kroon ware verbleven. Een Eerste Kamer,
bestanddeel der Fb&vertegenwoordiging, kan immers moeilijk
tegelijkertijd als een dam tegen de Volksvertegenwoordiging wor-
J) Art. 24 van de Schels van van hogendorp. a) Art. 58 Grondw. 1814,...”
|
|
| 4 |
 |
“...155
den aangemerkt. De verwerping van wetsvoorstellen, ook om
redenen daarbuiten gelegen, de aanneming van motiën van wan-
trouwen en andere staatkundige uitingen der Tweede Kamer,
vaak van overgrooten invloed op het beleid van ’s lands zaken,
bereiken natuurlijk de Eerste Kamer niet; zij is buiten machte
daartegen hetzij een dam, hetzij een bolwerk te vormen. Wat het
onderwerp beheerschte, was de behoefte aan eene Kamer van
tweeden aanleg, die kon verhoeden, dat de besluiten van eene
enkele Kamer, onder welke omstandigheden ook genomen, omstan-
digheden welke de onthouding van ’s Konings bewilliging misschien
zeer konden belemmeren, bindende kracht zouden erlangen.
Moeilijk was het antwoord te geven op de vraag, op welke
wijze deze Kamer zou worden samengesteld. Men kon de keuze
opdragen aan hen die kiesgerechtigd zijn voor de Tweede Kamer
en tevens enge grenzen stellen aan de verkiesbaarheid, of wel den
kring der verkiesbaren' zoo ruim mogelijk trekken, doch de keuze...”
|
|
| 5 |
 |
“... cursus duurt twee jaren. Daarvoor wordt
f400 betaald in vier gelijke termijnen.
Ten slotte dient nog vermeld, dat jaarlijks door de Directie der
Marine te Hellevoetsluis een vergelijkend examen wordt afge-
nomen van jongelieden, die op den lsten Januari hun 15e jaar
ingetreden zijn, maar hun 20ste nog niet hebben bereikt, en die
wenschen te worden opgeleid tot machinist-leerling eerste klasse.
Daartoe na afgelegd examen bevorderd, worden zij geplaatst op
’s Rijks stoomschepen, om zoodoende, telkens na een examen, op
te klimmen tot machinist derde, tweede en eerste klasse. Uit
hen, die zich door bekwaamheid en overige goede eigenschappen
onderscheiden, worden enkele bij keuze benoemd tot Officier-ma-
chinist.
Nederland bezit drie Rijkswerven, waarvan eene, dietéAmster-
dam, tegenwoordig hoofdzakelijk gebezigd wordt voor den bouw
van oorlogsbodems, terwijl aldaar tevens schepen herstellingen en
wijzigingen ondergaan en de uitrustinggoederen verzameld worden,,
die voor de...”
|
|
| 6 |
 |
“...300
kunnen opslaan, zonder daarvoor de gevorderde rechten te beta-
len, zijn van staatswege in de voornaamste zeeplaatsen: Amster-
dam, Rotterdam, Schiedam en Middelburg entrepots opgericht *).
Zij worden door directeuren en commissarissen, door den Koning
benoemd, bestuurd. Verder zijn daarbij nog andere ambtenaren
werkzaam, die den titel van entreposeurs en controleurs voeren.
In alle gemeenten, waar een min of meer belangrijke handel
gedreven wordt, zijn Kamers van koophandel en fabrieken, die de
belangen van den' handel en de nijverheid behartigen, en zoowel
de hooge regeering als de gemeentebesturen omtrent alle zaken,
welke daarop betrekking hebben, adviseeren. Zij worden geregeld
door het koninklijk besluit van 9 Nov. 1851 (Stbl. n°. 142). 1 2)
De leden worden gekozen uit de kooplieden en fabrikanten, en
rechtstreeks door dezen benoemd.
Hierbij moeten wij ook vermelden de wet van 7 April 1869
(Stbl. n°. 57), gewijzigd door onderscheidene latere wetten, betrek...”
|
|
| 7 |
 |
“... bevolking, maar ook dat hij over de
gronden, die door inlanders voor eigen gebruik ontgonnen zijn, ,
of als weiden of uit eenigen anderen hoofde tot de dorpen be-
hooren, niet mag beschikken dan ten algemeene nutte, en even-.,
min ten behoeve van de op hoog gezag ingevoerde cultures, dam
>) Koloniaal Verslag over
1882 blz. 77....”
|
|
| 8 |
 |
“...493
No. IV. (biz. 55).
De census is voor het platteland in de provinciën N. Brabant, Gel-
derland, Overijsel, Drente en Limburg op ƒ 20 bepaald. Het platteland
van Groningen, N.- en Z.-Holland moet f 32, dat van • Friesland f 30,
en dat van Utrecht f 24 betalen. De census der steden, behalve Amster-
dam, Rotterdam en ’s Gravenhage, is naar gelang der bevolking f 30
f 40, f 50, f 60 en f 70.
In de zitting 1872/73 is door de regeering een wetsontwerp ingediend
ter herziening van den census, dat echter door de Tweede Kamer is ver-
worpen.
Bij de miuisterieele crisis welke in den zomer van 1879 voorkwam,
heeft het ministerie kappeyne-tak te kennen gegeven, dat het eene
Grondwetsherziening noodzakelijk achtte, vooral met betrekking tot die
gedeelten van de Grondwet, waarin sprake is van de uitoefening van de-
kiesbevoegdheid en defensie. Wat de kiesbevoegdheid betreft, zou alles
wat tot den census betrekking heeft door de kieswet geregeld worden^
waardoor de mogelijkheid...”
|
|
| 9 |
 |
“..., Gorinchem, Sliedrecht, elk 4; Delft, Schie-
dam, Oud-Beierland, Ridderkerk, Brielle, en Middelhamis, elk 3 leden.
Noo rd-Holland, 72 leden.
Amsterdam 34; Haarlem 6; Schagen, Zaandam, Enkhuizen, Weesp,
ieder 4; Helder, Alkmaar, Hoorn, Purmerend, ieder 3; Edam en Nieu-
weramstel, elk 2 leden.
Zeeland^ 42 leden.
Middelburg 11; Goes en Hulst, ieder 8; Zieriksee en Sluis, elk 6; To-
len, 3 leden.
Utrecht, 41 leden.
Utrecht 13, Amersfoort, Amerongen, IJselstein en Breukelen, elk 7
leden.
Friesland, 50 leden.
Leeuwarden, Dokkum, Heerenveen, Sneek en Franeker, elk 10 leden.
Overijsel, 47 leden. 1
Zwolle, Deventer, Steenwijk, Rootte, en Stad Ommen, elk 4; — En-
schede 6 — Oldenzaal en Almdoo elk 5; Kampen, Dolf sen, Markéloo,
elk 3; Zwartsluis 2 leden.
Groningen, 45 leden.
Groningen en Appingadam, elk 8; Onderdendam, Winschoten en Oud-
Pekel-A, elk 7; Zuidhom 5 en Hoogezand 3 leden....”
|
|