| 1 |
 |
“... geschiedt, oefent hij het recht van veto uit, d. i. weigert hij
| zijne goedkeuring. De Koning treedt dus ook dan niet op als
deel der provinciale wetgevende macht.
I Hij kan geen ontwerp van provinciale verordeningen aanbieden,
;.m. a. w. hij kan niet, even als bij de Staten-Generaal, gebruik ma-
ken van het recht van initiatief. Hij heeft zich te bepalen tot het.
Igoed- of af keuren der door de Staten' vastgestelde verordeningen,
■pok met betrekking tot dit punt mag geen willekeur heerschen,
in dier voege, dat hij het in zijne macht zou hebben de verorde-
|ning buiten werking te houden, door het onbeslist te laten of zij
pijne goedkeuring al dan niet wegdraagt. Hierin voorziet de wet.,
K)e Koning moet zich binnen twee maanden na de dagteekening
|van de vaststelling der verordening verklaren, tenzij hij de beslis-
sing wegens de eene of andere omstandigheid verdaagt, maar in
Bit geval moet het daartoe strekkende besluit, eveneens binnen
;twee maanden na de vaststelling der...”
|
|