| 1 |
 |
“...28 L
In éen opzicht is de inmenging van den Staat in de kerke-
lijke zaken door de Grondwet bestendigd, nl. ten opzichte van de
financieele ondersteuning, welke aan de kerkgenootschappen is ver-
zekerd.
De meeste kerken en geestelijke gestichten hadden groote be-
zittingen, die bij de invoering der hervorming van lieverlede aan
hare oorspronkelijke bestefnming onttrokken, en grootendeels aan de
instandhouding der nieuwe kerkgenootschappen dienstbaar gemaakt
werden. De Staatsregeling van 1798, welke het beginsel huldigde,
dat elk kerkgenootschap voor het onderhoud zijner gebouwen en
leeraren moest zorgen, verklaarde salie geestelijke goederen en
fondsen, waaruit te voren tractementen of pensioenen van leeraars
of hoogleeraars der voormalig heerschende kerk betaald werden»,
nationaal; maar nam tevens op zich,' om daaruit vooreerst ge-
durende drie jaren de bestaande tractementen en pensioenen te
voldoen, en ten andere, daaruit een fonds te maken ten bate van
de...”
|
|
| 2 |
 |
“...451
met eenen inlander, die onderdaan is van het Nederlandsch gou-
vernementeemg misdrijf pleegt, staat hij terecht voor den residehtie-
raad; geschiedt zulks in gemeenschap met een Europeaan, dan is
de raad van justitie te Samarang de bevoegde rechtbank.
n Djokjokarta heeft men dezelfde inlandsche rechtscollegiën
als te Soerakarta;- alleen heet de KcuMpatèn daar Bate Mangoe.
Deze echter spreken alleen recht in civiele zaken. Wegens mis-
drijven staan de onderdanen van den Sultan terecht voor de recht-
bank mn cnminede zaken, die over alle misdrijven op des Sultans
grondgebied in het hoogste ressort beslist. De resident is voor-
zitter; de leden zijn de rijksbestierder en een of twee inlandsche
hooiden. Bij toepassing van de doodstraf moet het gevoelen van
den opperpriester ingewonnen worden, terwijl een Europeesche griffier
wordt toegevoegd i). Bovendien bestaat hier evenals te Soerakarta
een residentie-raad 2).
he*land< dat in Soerakarta aan den onafhankelijken prins...”
|
|