| 1 |
 |
“...
onderscheiden talen kleiner dan tussen de medeklinkers; deze,
ons zonderling klinkende eigenaardigheid, verklaart Torrend door
te herinneren aan de van stam tot stam wisselende gewoonten
om neus of lippen met ringen te versieren, de snijtanden van
) Literaturblatt f. germ. u. rom. Phil. 1887, kol. 137....”
|
|
| 2 |
 |
“..., ook wanneer de
verrichter der handeling niet genoemd wordt, die handeling
aktief voorstellen met het voornaamw. der 3de pers. meerv. als
onderwerp, bestaat er hier toch geen aanleiding om aan eigen-
like ontlening te denken. Daartoe ligt, bij ’t streven naar ver-
eenvoudiging en afslijting dat het wezen vormt van t Kreools,
het afschaffen van deze „Luxus der Sprache”, gelijk Von der
Gabelentz het passief noemt, te zeer voor de hand; een zeer
groot getal talen kent het passief niet 1).
§ 55. De enige en algemene vorm van het werkwoord
komt in de meeste gevallen uiterlik overeen met de onbe-
paalde wijs van het Nederlands, ontdaan van de uitgang -ew.
In werkelikheid is die vorm ontstaan op de wijze die ik m
Het Afrikaansch (blz. 143 vlg.) nader heb omschreven; hij is
het als stam gevoelde, essentiële deel van ;t werkwoord. Veelal
wordt als zodanig de infinitief gevoeld, die in talen met dooi;
omschrijving gevormde tijden zo herhaaldelik voorkomt, in
’t Franskreools van...”
|
|