| 1 |
 |
“...116
Ook ’t Afrikaans heeft dikwels het lidwoord niet waar wij
het gebruiken. In de taal der beschaafden moet hier zeker aan
invloed van ’t Engels gedacht worden, doch dat deze faktor
niet de voornaamste is blijkt uit de taal der kleurlingen, die t
allermeest het lidwoord weglaten (vgl. Het Afrikaansch, blz.
129, 130). In diere verhalen leest men, even als in de straks
aangehaalde Kreoolse spreekwoorden, van Wolf deur jakhals
gefop, van Jakhals, duifi en bobbejaan enz.; mens sou sê
voor een mens zou zeggen is algemeen.
§ 67. Ook ’t weglaten van ’t voegwoord dat in zinnen als
maak joe kom klaa/r, mie sol mies jender die no sal loop
soo (ik zal u tonen dat dit niet zo zal gaan, G. H. 77), is
aan dezelfde verwaarlozing van ’t minder nadrukkelike toe te
schrijven. Zulk een weglating heeft dan weer bevorderd dat
zinswendingen als die maék (b. v. in die maek em ben asse-
rant, eig. dit maakt dat hij brutaal is) als één woord gevoeld
werden en diemaék volkomen gelijk werd aan...”
|
|