| 1 |
 |
“... bezit neemt1); St. Thomas
behoorde volgens hem aan Engeland, daar het veroverd was
op de Hollanders. De koning van Denemarken, Christiaan V,
wist van Karel II te verkrijgen dat hij de goeverneur der
Engelse Antillen gelastte de rechten der Denen als wettige
bezitters te erkennen. Van Denemarken viel voor Engeland
niets te vrezen; men hoopte wellicht door ’t afstaan van dit
waardeloos geacht bezit mettertijd zich een bondgenoot tegen
de Nederlanders te verschaffen.
Toen de eerste Deense goeverneur, Jorgen Iversen, met een
aantal van zijn landgenoten in Mei 1672 op ’t eiland landde,
') De meeste gingen naar St. Martin daar zij niet van nationaliteit wilden
veranderen. (Hamelberg, De Nederl. op de West-Ind. Eil. II, blz. 24).
2) Deze opvatting vindt men o. a. terug in de woorden van de schrijver
der Hist. nut* et mot. des Antilles.* „c’est une régie générale qu’ une terre
qui est sans habitans est au premier occupant”. Ook de Spanjaarden
konden zich met die zienswijze niet...”
|
|