| 1 |
 |
“... waar
hij over ’t Negerhollands spreekt (nl. blz. 129), dat in „Dutch
Creole---- a final n or m frequently has lost its consonant
power, making the preceding vowel nasal.” De teksten zwijgen
hierover en evenzo de beide spraakkunsten, ’t Is mogelik dat
Van Name’s zegsman, Camps, die over zo velerlei Kreools
hem inlichting gaf, zich vergiste en een verschijnsel dat in ’t
Negerfrans (Poyen-Bellisle, blz. 38), Negerengels (Van Name,
blz. 150) en Negerspaans (Van Name, blz. 164) voorkomt, ook
aan ’t Negerhollands toeschreef. Juist de algemeenheid van ’t
verschijnsel in zoveel analoge gevallen doet echter vermoeden
dat de teksten in dit opzicht te kort schieten, ’t Enige wat op
nasalisenng van een klinker, of wel op inlassing van een
nasaal wijst (de spelling gedoogt niet dat uittemaken), is ’t
woord nungal voor nogal dat tweemaal in de T. P. (blz. 138)
voorkomt. Zie ook § 35, noot.
In t „Voorberigt tot het N. T. D. leest men ongervieste
voor onderwesenen. In ’t zelfde...”
|
|