| 1 |
 |
“.... Gevallen van metathesis zijn: geppes (gesp, G. D.
blz. 61), quest (kwetsen, N. T. D. Mrcs. 12, 4), wolter (wortel,
N. T. H. Mth. 3, 10, de Denen hebben steeds wortel), cocro
(kroko(dil), T. P. blz. 135). Geps en kwesten komen ook in
de Nederl. volkstaal voor.
Gurri (T. P. blz. 135) schijnt uit groei te zijn ontstaan,
via * goeroei.
C. Funktie en vorm der woorden.
§ 40. In ’t Kreools kunnen de verschillende woordsoorten
alleen onderscheiden worden naar de betekenis die de bepaalde
woorden hebben voor het redeverband. Differentiëring die blijkt
uit verschil van vorm — gelijk in onze taal meestal het geval
is — ontbreekt. Uitgangen zijn er niet, de schakering van het
begrip bij de als stammen gevoelde woorden, hangt af van de
samenhang en van de plaatsing in de zin. Derhalve kunnen
Nederlandse woorden in funkties optreden die zij in onze taal
niet bezitten, of, indien wij aan onze terminologie vasthouden:
zelfstandige naamw. kunnen tot werkwoorden, tot bijwoorden
en bijvoegl...”
|
|
| 2 |
 |
“...
bobo die.
23. Wee jender, jellie Skrift-
geleerden en Phariseewen, jellie
Hyklars! dat jellie vertient Mint,
en Dil, en Komin; en lastaen,
wat bin meer swaer na binne
die Wet, naemlik Oordeel,
Barmhertigheid en Gloof: deese
gut ons mut due, en no lastaen
die ander.
24. Jellie blinden Leidsmans,
jellie die passeer die Muskit,
maer slok die Kameel!
25. Wee jender, jellie Skrift-
geleerden en Phariseewen,
jellie Hyklars! die how die
Beekers en Skettels skoon yt-
wendig; maer inwendig sender
bin vol van roof gut en Gyl-
sigheid.
26. Ju blind Phariseew! maek
eerst die Beeker en Skettel
skoon inwendig, dat die kan
kom skoon ytwendig ookal.
27. Wee jender, jellie Skrift-
geleerden en Phariseewen, jel-
lie Hyklars! jellie bin glik die
Graven, die ka wit, en skiën
skoon na byttie; maer na binne
sender bin vol van doodbeenen
en van al Onreinheid.
28. Soo jellie ookal wel
skiën vroom na byttie voor
die Mensen; maer van binne
jellie bin vol van Valsheid en
Ondeegd...”
|
|