Your search within this document for 'pertinente' resulted in four matching pages.
1

“...Art. 48. 172 BERAADSLAGING IN DE TWEEDE KAMER op 14 November (Suriname) en 16 November (Curapao) 1900. Algemeene Beraadslaging. De heer van Kol op 14 November: In ons koloniaal beheer hebben wij drie soorten van wetgevingen: 1°. het Rijk; 2°. de Koninklijke besluiten en 3°. de Koloniale Staten en den Gouverneur. De Rijkswet staat natuurlijk bovenaan, en uitdrukkelijk zijn aan haar voorbehouden bij de artt. 82, 112, 128, 151, 152. 153 enz. van het Regeeringsreglement enkele gewichtige punten, die in elk geval door haar moeten geregeld worden. Het zou wellicht ook wenschelijk zjjn daaronder de Mijnwet op te nemen, maar dit laat ik nu ter zijde. In elk geval zou ik er op willen aandringen in art. 148 van het Regeeringsreglement weg te laten het recht om in West-Indië belasting te heffen ten laste der ingezetenen aldaar en ten bate van het Rijk. Ik heb nog geen amendement ingediend, omdat ik de pertinente ver- klaring van den Minister verwacht,’ of het ooit te vreezen is...”
2

“...Hfdst. IV. Vebtegenw. stelsel. 302 ambtenaren. Globaal geeft de voorgestelde toeneming slechts 300 kiezers meer, zoodat 1/80 der volwassen mannen meer het kiesrecht zullen ver- krijgen. Toch meent de Minister niet verder te mogen gaan, omdat anders minder gewenschte elementen het kiesrecht zouden ontvangen. Daarover nader bij mijn amendement..... De heer Rink: Het zij mij geoorloofd een korte opmerking en een vraag tot den Minister te richten met betrekking tot het kiesrecht in de kolonie Curagao. Reeds gedurende vele jaren hebben de ingezetenen van het eiland Curasao, ook door hun aan deze Vergadering gerichte adressen, den wensch uitgesproken in het bezit gesteld te worden van het kiesrecht. Ten aanzien van het kiesrecht voor den Kolonialen Raad wordt hun hoop de bodem ingeslagen door de pertinente verklaring van den Minister in de Memorie van Beantwoording, dat daarvan wel geen sprake zal kunnen zijn en wel om de redenen die vervat zijn in een brief van den...”
3

“... herziening van het Regeeringsreglement daaraan laten vooraf gaan. Wij hebben nu wel, naar ik hoop, de pertinente toezegging te wachten, dat de onmisbare comptabiliteitswet binnenkort zal volgen, maar het zou beter zijn haar te laten voorgaan, want dan kon uit het Regeeringsreglement het geheele hoofdstuk IV vervallen. Wil men streven naar autonomie van West-Indië en er'meer van maken dan schijn, dan moet men aan het Koloniaal Bestuur het budgetrecht verschaffen, en aldus aan Suriname geven wat Nederland zelfs aan het kleinste dorp geschonken heeft. 1 Zeer zeker is, met het oog op den eigenaardigen toestand van Suriname, die een gevolg is van de geschiedkundige ontwikkeling, controle der Wetgevende Macht noodig; de Gemeentewet trouwens bepaalt in art. 207 dat de jaarlijksche begrooting der gemeenten aan de goedkeuring van Gedeputeerde Staten wordt onderworpen. Zoo zouden de Staten-Generaal controle kunnen hebben over het budgetrecht van Suriname, zoodat zij de begrooting in geval...”
4

“...711 Abt. 148 (S.) 169 (C.) Ik heb nog geen amendement ingediend, omdat ik de pertinente ver- klaring van den Minister verwacht, of het ooit te vreezen is dat, zooals met Oost-Indië gebeurd is, wanneer de rijke jaren aanbreken, Nederland zijn toevlucht zou nemen tot het innen der „batige sloten” van West-Indië. (Verg. blz. 172). De heer Cremer, Minister van Koloniën, op 14 November: Art. 148 van het Regeeringsreglement ter sprake brengende, heeft de geachte afgevaardigde van mij de verklaring gevraagd of, wanneer te eeniger tijd de kolonie voordeelen zal opleveren, die niet ten bate van het moeder- land zullen strekken. Wij zullen gaarne zien dat de kolonie in gunstige financieele omstandigheden geraakt, maar ik geloof niet dat er iemand is, nu of later, die er aan denkt om in de kolonie belastingen te heffen te behoeve van het Rijk. Deze Regeering denkt daaraan zeker niet. Voorgesteld amendement. Ingezonden 14 November 1900. De ondergeteekende heeft de eer voor te...”