| 1 |
 |
“..., en hare pogingen bleven niet alleen beperkt tot het
politiek terrein, maar zelfs in den huisselijken kring, in het huisselijk
verkeer was de kabale ijverig en onvermoeid bezig om den Gouverneur
te dwarsboomen.
Op elke wijze trachtte de Gouverneur Mauritius de verdeeldheid weg
te nemen. Hij benoemde zelfs sommigen van zijne meest verbitterde
tegenstanders in het hof van politie; maar niets baatte. Eindelijk moest
de Gouverneur wijken en werd hij door de directeuren der Sociëteit
naar Nederland teruggeroepen om zich te verantwoorden.
Die verantwoording, het is bekend, liep ten gunste van Mauritius
af en tot beschaming van zijne aanklagers.
Dit is slechts een enkel voorbeeld, Mijnheer de President, dat met
even zoo vele zou kunnen vermeerderd worden als er Gouverneurs te
Suriname zijn geweest. Als een kanker knaagde de strijd der particuliere
belangen en de eerzucht van sommige ingezetenen aan de welvaart en
den bloei der kolonie. Mauritius schrijft niet onaardig de...”
|
|
| 2 |
 |
“... overtuigend geleverd. Op
schier elk gebied van het regtswezen is hervorming noodig. Zoo heeft
ons geacht medelid het hypotheekstelsel genoemd. Dat stelsel, zoo als
het in Suriname werkt, is meermalen en met volkomen juistheid genoemd
de kanker, die aan de welvaart der kolonie knaagt.
Ik had het voornemen eene schets te leveren van hetgeen op het
gebied van het regtswezen in de West-Indische koloniën bestaat. Ik kan
mij nu daarvan onthouden, nadat de geachte vorige spreker dit reeds
op de meest volledige wijze heeft gedaan. Ik wil nog eene enkele op-
merking voegen bij de zijne. En al dadelijk deze, dat de bronnen, die
hij aan wees, het oud-Hollandsch regt, de constitutio criminalis Carolina
en de ordonnantiën van Philips II zelfs niet in hare oorspronkelijke
zuiverheid gelden, maar op allerlei wijze zijn verknoeid, verminkt,
vervalscht en verplooid. In een adres van 1852, door inwoners van
Suriname aan deze Kamer ingediend, toen het eerste ontwerp van een
regeringsreglement voor...”
|
|
| 3 |
 |
“...723
Abt. 152 (S.) 173 (C.)
zooals hem goeddunkt omtrent de wijze van uitgifte van gronden. Ofschoon
artikel 152 voorschrijft dat dit door een wet behoort te geschieden, ge-
beurde dat alles geheel eigendunkelijk tot 1881 en na dien volgens het
Gouvernementsbesluit van 7 September 1882. Met ruime hand werden
en worden daardoor allerlei voorrechten geschonken aan den grooten
landbouw, maar voor den kleinen landbouw, die meer beteekent dan
den grooten landbouw en mijnbouw gezamenlijk, wordt niets of bitter
weinig gedaan; die wordt totaal verwaarloosd. De kleine landbouw kan
niet beschikken over voldoende en geschikte gronden, ofschoon er duizenden
hectaren verlaten plantages in staat van woestenij worden gelaten en
braak liggen.
Van het absenteïsme, dat als een kanker knaagde aan de welvaart
van Suriname, zijn dit nog de naweeën. Tal van plantages werden ver-
laten door de eigenaren; de gebouwen zijn en de schoorsteenen staan er,
maar alles heeft het aanzien van een...”
|
|
| 4 |
 |
“... schaduw van hetgeen zij vijf en twintig jaren te voren was
geweest. Ook onder het Nederlandsch gezag en in het genot van vrede en
rust beurde zij zich weinig op. Het tractaat van 1818 tot wering van den
slavenhandel, door Nederland stipt nageleefd, sneed haar de vroegere bron
van hare welvaart af. De arbeidende bevolking verminderde door vrijlating
en groote sterfte. De aanvoer van vrije arbeiders mislukte althans op grootere
schaal, en bij dit alles voegde zich de kanker voor eiken landbouw: de
afwezigheid der grondeigenaren.
De emancipatie der negers heeft thans vrijen arbeid in de plaats van
slavernij gesteld. Aanvankelijk heeft de kolonie den schok gelukkig door-
gestaan. De vrijverklaarden hebben getoond rijp te zijn voor de hun bewezen
weldaad en hun belang bij het sluiten van contracten te begrijpen. Tevens
zijn in de laatste jaren vele plantages verkocht en nagenoeg alle in handen
gekomen van ingezetenen. Dit zal waarschijnlijk toenemen, daar bij het
werken met vrije...”
|
|