| 1 |
 |
“...—1900, bladz. 161 en 162).
De bepalingen omtrent het terugnemen in den boezem van het domein
van plantages en gronden in Suriname zijn vervat in art. 2 van het Gou-
rernementsblad van 1832, n°. 2 en in art. 2 van het Gouvemementsblad van
1835, n°. 11.
Ge Minister yan Koloniën,
Ceemer.
Algemeene Beraadslaging in de Tweede Kamer
op 14 November 1900.
De heer van Kol2): Een betere regeling van het beheer der rijkdommen
van Suriname ware dus zeer gewenscht, zoowel bij de mijnbouw- als
bij landbouw-concessiën. Thans wordt, wat dit laatste betreft, alles over-
gelaten aan den eigenmachtigen wil van den Gouverneur; deze beslist,
]) In verband met bovenstaande opmerking meent de Commissie van Bap-
porteurs er op te moeten wijzen, dat in de vergadering van 16 Maart jl.
door de Koloniale Staten is aangenomen eene verordening „houdende vrij-
stelling van zegel en leges voor alle stukken betrekking hebbende op het
verleenen door het Gouvernement van rentelooze voorschotten aan kleine...”
|
|