| 1 |
 |
“...SURINAME
7
Het land is verdeeld in 12 districten, waarvan de stad er een uitmaakt
Buitendistricten noemt men Marowijne, Coronie en Nickerie. De overige
heeten, Suriname, Cottica, Commewijne, Saramacca, en Para.
De hoofdstad Paramaribo, hemelsbreed 10 k.m. van de monding
liggend aan den linkeroever van de aldaar 1000 m. breede Suriname is
voortgekomen uit een Indiaansch dorp, dat reeds in 1613 bestond. De
stad die in 6 binnen- en 2 buitenwijken is verdeeld, telt ongeveer46000
inwoners en beslaat een oppervlakte van ruim 800 h.a. Langs de rivier
gemeten heeft de stad een lengte van 4 k.m. Niet ver daarbuiten wonen
de afstammelingen van de kolonisten van 1845, de Hollandsche Boeren.
Na Paramaribo zijn van belang het plaatsje Nieuw-Nickerie in het
district Nickerie *■) (tegenover de Engelsche kolonie) met ongeveer 3500,
Totness in Coronie * 2 *) met ongeveer 800, Albina in het Marowijne-dis-
trict *) tegenover de Fransche kolonie met een 300-tal inwoners. Sedert
de...”
|
|
| 2 |
 |
“... monding, waar-
van wij, als de voornaamste noemen, het Leguaan-, Wakenaam-,
Tijger- en Varkenseiland, alsmede het Vlaggeneiland, dat later in Fort
eiland werd herdoopt. Hooger op, aan de samenvloeiing van de Esse-
quebo, Mazaruni en Cayouni, stichten de Zeeuwen op een eilandje een
fort, dat zij om de beheerschende ligging Fort „Kijkoveral” noemden,
welke de hoofdplaats der kolonie werd. Daar was de zetel van het Be-
stuur. Sedert 1632 was de kolonie onder rechtstreeksch beheer van de
Kamer van Zeeland, die zich in 1657 daarvan wilde ontdoen, omdat zij
niet genoeg voordeel opleverde. Zoo kwam zij onder patronaat van de
Staten van Zeeland onder bestuur van de steden Middelburg, Vlissingen
en Vere. „De nieuwe Colonie op Isekepe” noemde men Nova Zeelandia.
De Compagnie bezat daar de plantages De Fortuin, Poelwijk, Nieuw
Middelburg, Duinenburg of Tuinenburg, De Vrijheid. Voorts tal van
cassavegronden en broodtuinen. Men won suiker, letterhout, balsem
copaive, en verfstoffen, welke...”
|
|
| 3 |
 |
“...10
de Guyana’s
bleef tot 1739 de zetel van het Bestuur. In dat jaar werd het overge-
plaatst naar het nieuwe fort Zeelandia op Vlaggeneüand, later Fort
eiland genaamd. Van dit fort staat nog de bouwval. De Hollandsche
kerk op dat eiland is in handen van de Anglicaansche kerk x) overge-
gaan.
De Directeur-Generaal van Essequebo en onderhoorige rivieren, Lau-
rens Storm van 's Gravesande werd de grondlegger van de kolonie De-
merary, waarover later.
De vestiging in Berbice had plaats onder Abraham van Pere * *),
een aanzienlijk koopman uit Vlissingen en Bewindhebber der W.I.
Comp. ter Kamer van Zeeland, die zich met een 60-tal coloniers (40
mannen en 20 jongens) in Juli 1627 aan boord van de „De Arend” en
„De Hazewind” inscheepte. Deze onderneming leidde tot het vestigen
van een blijvende kolonie in het meest oostelijke deel van het land, dat
door de Corantijn van Suriname gescheiden was. Onmiddellijk na het
bezetten van de kolonie bouwde men op den oostelijken oever...”
|
|
| 4 |
 |
“...HET EILAND TOBAGO
Dit eiland werd in 1498 door Columbus ontdekt, die het Asunción
noemde (15 Augustus). De Engelschen beweren dat reeds tijdens de re-
geering van Koningin Elizabeth — en wel in 1580 — hun vlag hier werd
geplant. Omstreeks 1625 deden Engelschen een poging tot kolonisee-
ring, in 1632 ren 200 tal Zeeuwen; beide pogingen faalden, de Span-
jaarden van Trinidad en de Indianen verwoestten de vestigingen en
vermoordden de kolonisten. Daarna verschenen Koerlanders op het
eiland en wederom Engelschen. Courland Bay herinnert aan
het verblijf der Baltische landverhuizers. In 1642 zond Hertog Jacob
van Koerland wederom een expeditie uit — ditmaal met de hulp van
Zeeuwen en onder een Compagnie’s dienaar, die in Brazilië werkzaam
was geweest — welke echter evenmin tot een geslaagde vestiging leidde;
op enkelen na werden de kolonisten door Indianen van St. Vincent ver-
moord.
Kort na het midden der XVIIe eeuw werden kolonisatiepogingen ge-
daan door den Hertog van...”
|
|