| 1 |
 |
“... geschiedenis der krijgsbedrijven op Cura9ao. Een
vrij hooge berg en een enge kloof aldaar leenen zich tot verdediging te-
gen een uit het N.W. op de stad aanrukkenden vijand; Cassarts plun-
derstoet echter heeft men er in 1713 niet vermogen tegen te houden.
De dichter bij de stad gelegen versterkingen de Waakzaamhéid
en de Wreker, op den berg van Welgelegen, vielen in 1804 aan de En-
gelschen in handen, die, alvorens ze weder te ontruimen, na de neder-
laag van 22 Februari, Malpais hadden platgebrand.
Sedert de beëindiging der „asientos” hebben eigen schepen der Com-
pagnie slaven op Cura9ao aangebracht van St. George d’Elmina, hoofd-
plaats harer vestiging ter kuste van Guinee. Deze „Minasche” negers
hadden een slechten naam, als zijnde weerspanniger dan de vroeger
aangevoerde van Loango, de Congo en Angola.
Op 5 Juli 1750 trokken een aantal slaven — waaronder vele Mina-
sche — uit de stad naar Hato, waar zij den volgenden dag den factoor
(plantagebeheerder) en diens vrouw...”
|
|