| 1 |
 |
“... niet gehad. Gevoegd bij
de opstanden der slaven en het vermoorden van bewoners, sleepte des-
tijds een noodlottige ziekte vele honderden planters, soldaten en ma-
trozen soms onmiddeUijk na hun komst ten grave en de kolonie kwam in
een kwaden reuk. Daaraan herinneren ons de nu verouderde uitdruk-
kingen: „loop naar de Berbiesjes” en „hij is naar de Berbiesjes".
Ten slotte de kolonie Demerary1), welke haar naam aan de ge-
lijknamige rivier ontleent. Thans uit een handelsoogpunt de belang-
rijkste en meest bekende, is deze rivier vergeleken met de andere ri-
vieren een der kleinste, daar ze niet meer dan 200 mijlen lang is. Tot
1746 had men een eenvoudige handelspost in Demerary. Commandeur
Storm van 's Gravensande was de eerste die in dat jaar de aandacht
van de Bewindhebbers op het gewicht van Demerary als een nieuwe
kolonie, nevens en onder Essequebo vestigde, daar hij de gronden
daar bij uitstek vruchtbaar en geschikt voor het aanplanten van
suiker en koffie oordeelde...”
|
|