| 1 |
 |
“...41
uit den oosthoek, de vochtigheid is gering, het tempe-
ratuurverschil tusschen dag en nacht onbeduidend; maar
op de hoogste toppen bevriest des nachts somtijds het
water en zijn. de grasvelden des ochtends wel eens met
rijp bedekt. Regen is er zeldzaam. Cultuurgewassen
treft men er niet meer aan, en ook het natuurlijke plan-
tenkleed ondervindt de nadeelige invloeden van een
koel klimaat en een onvruchtbaren bodem. Onder de
weinige boomen en heesters treden ijzerhoutboomen en
varens op. De laatste ontbreken echter geheel in de
hoogste streken, waar nog wel kleine boomen met bul-
tige stammen en gekromde, vaak zonderling gebogen
takken voorkomen, evenwel mossen en kruidachtige
planten met een overvloed van fraaie bloemen de over-
hand hebben. In het algemeen herinnert de flora in deze
zone sterk aan de Alpenflora der gematigde luchtstreek.
4. BEVOLKING.
Zooals vroeger (blz. 15) gebleken is, heeft Java een Verdee
zeer dichte bevolking (231 per v.k.m.) In vele...”
|
|
| 2 |
 |
“...73
veel paarden, koffie, vogelhuiden, tripang en visch uit.
Als uitvoerhavens vallen ook nog te noemen: Bonthain
aan de Z.-, Pare Pare aan de W.- en Palopo aan de
0. kust. Maros ligt op eenigen afstand van de kust,
Gowa en Boni zijn geheel vervallen plaatsjes.
XV. De Kleine Soenda-eilanden.
Deze eilanden zijn alle bergachtig en voor een groot Algemeen
gedeelte vulkanisch. Voor zoover zij in het verlengde karakter,
van Java liggen, vindt men er een voortzetting der vul-
kanenrij van dit eiland. Op de westelijke eilanden ver-
toonen flora en fauna groote overeenstemming met Java,
verder oostwaarts wordt het klimaat droger en treden
in de planten- en dierenwereld Australische vormen op.
Het binnenland van sommige dezer eilanden is nog weinig
bekend, hoewel in de laatste jaren onze kennis en de
invloed van het Nederlandsche gezag niet weinig ver-
meerderd werden, o. a. door militaire expedities, gevólgd
door de vestiging voor Nederlandsche bestuursambte-
naren...”
|
|
| 3 |
 |
“...80
Dobo.
Kajeli.
Kajoe-
poetih.
en slechts 15000 inw. tellen. De eilanden zijn meestal
laag, ten deele moerassig, stemmen in flora en fauna
met Nieuw-Guinea overeen en hebben een bevolking,
die veel overeenkomst met de bewoners van noordelijk
Queensland (Australië) vertoont. Er wonen nogal veel
Makasaren, alsmede een aantal Chineezen. Door de
vreemde kooplieden worden de westelijke eilanden de
Voorwals-, de oostelijke de Achterwalseilanden genoemd.
Aan de kust der laatste vindt men uitgestrekte parel-
banken. Ook tripang en haaien worden er gevangen.
De belangrijkste plaats is Dobo op het eiland Wammer,
een handelscentrum in het oostelijke gedeelte van
Insulinde. Dobo is slechts een dorpje van een paar
honderd zielen, doch zijn markt lokt gedurende eenige
weken in den Oostmoeson jaarlijks wel 1000 vreemde-
lingen (Chineezen, Boegineezen, Ceramers, e.a.) aan,
zoodat de handelsomzet per jaar ongeveer 700.000 gld.
bedraagt; alleen aan parelmoer wordt er jaarlijks...”
|
|
| 4 |
 |
“...90
tot begin Februari), een kleinen drogen tijd (Febrv tot
half April), een grooten regentijd (half April tot begin
Augustus) en een grooten drogen tijd (Aug. tot half
November). In 206 regendagen valt gemiddeld jaarlijks
2150 mm. water, d. i. 3 maal zooveel als in Nederland.
Voort- Het laagland bestaat uit zeeklei, met een dikke humus-
gg^gjj laag bedekt en begroeid met een weelderige flora van
struiken en boomen, waaronder verschillende palmen,
lianen en parasietenf De savanna’s zijn zandvlakten met
hard gras en lage struiken begroeid; alleen in de laag-
ten tusschen de zandheuvels en in de nabijheid der
wateren komt dicht bosch voor. Het heuvel- en berg-
land vertoont eene aaneenschakeling van tropische wouden,
die rijk zijn aan uitstekende houtsoorten, harsen, gom-
men , oliën, kleur- en vezelstoffen. Vooral palmen groeien
er menigvuldig; daarnaast vallen de ceder, de wolboom,
de krassi, de talkboom, de caoutchoucboom en vele
andere te vermelden.
Cultuur- Als...”
|
|