| 1 |
 |
“... geene andere plaats hadden om ons te bergen, dan
onze hutten. Het water valt hier bij eb wel 20 voet, zoo
zelfs dat een groot gedeelte van de buitenhaven droog loopt
en geladen schepen geheel zouden omslaan, indien zij er in
bleven liggen: daarom worden zij in de binnenhaven ge-
bragt, waar hel water door sluizen op zekere hoogte wordt
gehouden en de schepen veilig liggen.
Zoodra wij tusschen andere schepen vastlagen en aan wal
konden komen, klommen wij met een dankbaar gevoel van
boord af, en wandelden de stad binnen, nadat eerst de kom-
miezen onzen tabak, wijn, sigaren enz. onder zegel hadden
gelegd, behalve hetgeen wij voor de hand konden op ge-
bruiken: had het eerste gezigt van de hoogliggende stad
ons bij het binnenkomen der haven reeds verrast, niet wei-
nig viel ons de stad mede, die naar het zeggen 12000 in-
woners bevat, en vooral in den zomer door de inwoners van
Londen en andere plaatsen schijnt bezocht te worden, om
de baden te gebruiken, waartoe aan de...”
|
|
| 2 |
 |
“... ons steeds veel ongerustheid en slape-
looze nachten. Gelukkig ook daarom dat onze reis, zoo wij
hopen, ten einde spoedt. Ons hart verlangt om in Gods be-
dehuis in te gaan en Hem te danken. Dit voorregt valle ons
vóór Nieuwejaar nog ten deel. — Welk een onderscheid,
Kersmis hier en in Holland. Hoe heerlijk zou ook daar dit
feest zijn midden in den zomer! Doch niemand zie op den
dag, maar op het heil er op geschieden verblijde zich inden
Heer en erkenne den geboren Heiland als Zijnen Zaligmaker!
31 December. Gode zij dank, dat ik dit, behouden en wél,
den laalslen dag van het jaar op Curacao en wel in de straal
Pietermaai, in eene door mijne collega meyer voor mij ge-
huurde, vrij bekrompen woning mag schrijven en mijne her-
inneringen aan mijne reis eindigen. Ja, mijn voorgevoel is
uilgekomen; wij zijn den 288,en de baai van Curacao binnen-
geloopen; maar hoeveel was er nog twee dagen te voren, dat
die hoop scheen te zullen verijdelen, gebeurd! Na den eer-
sten Kersdag...”
|
|
| 3 |
 |
“...
Curasao niet zoo bijzonder aangenaam is, zoo beeft men dit
ook in de tijdsverdeeling. Nu ja, zal men zeggen, dat is
overal, want men zal te Curacao zoowel als elders bij uren
tellen, en dan is het op alle plaatsen door die afmeting
van 60 minuten eenzelvig! Maar dal meen ik nu niet, ik
meen nog eenige bijzondere afmetingen in die algemeene
tijdmaat. Klokke half zes (in den lijd dien wij in Hol-
land zomer noemen wat vroeger, en in dien, welken wij
winter noemen, iels later, maar van winter is hier geen
spraak!) begint de dag en de vlag van het Water fort (dit
is juist grenzende aan het fort Amsterdam; ik geloof, dat...”
|
|