| 1 |
 |
“... is, om den rook door te laten, zooals ik mij wel
eens herinner van de hutten der Indianen en van de stul-
pen der Russen gelezen te hebben.
Wonderlijk is men te moede als men na eene lange zee-
reis, in de verwachting van al wat men zien zal, den eer-
sten blik op de zich van tijd lot lijd vertoonende en al
meer en meer duidelijker wordende huizen van Curasao
werpt. Verblijd is men voorzeker, wanneer het einde van
de zeereis wordt bespeurd, aan de klippen van het dorre
Bonaire, die zich eerst aan het oog voordoen, links, en
-daarna die van het niet minder drooge en dorre Curacao,
regts. Gij ziet daar in de verte, op een der verhevenste...”
|
|