Your search within this document for 'pas' resulted in nine matching pages.
1

“..., zoogenaamd klipperschip, varende onder Amerikaansche vlag, omdat het in Amerika gebouwd en al- daar verzekerd is, doch voor rekening van Gura^aosche reeders. Het is een fraai, groot schip, doch heeft voor pas- sagiers vrij wat ongemakken; want niet alleen — ik spreek hier van latere ondervinding — dat het, daar het al te smal schijnt voor zijne lengte, gedurig geweldig heên en weêr waggelt, zoodat men telkens denkt, dal het omslaat, terwijl ook de lijzeilen familiaar water scheppen bij den minsten wind en gang van het schip, zoo heeft het ook zeer weinig boord voor de passagiers om zich te vertreden, en men moet zich aan touwen en houtwerk vasthouden om niet over boord te slaan. De kajuit is namelijk, wat men noemt, halfgezonken; steekt dus op het achterschip een paar voet- naar boven uit, en de verschansing is daarmede gelijk, zoodat, indien men niet vast op de beenen staal, men in gedurig gevaar is, om kennis met de zilte golven te gaan maken. De lengte van de kajuit zal een...”
2

“...69 uit het gezigt. Den 31sten December werd een klein Engel- sche brik vóór de haven gezien, die zich echter met spoed verwijderde. Met het aanbreken van den dag van den lsten Januarij 1807 vertoonde zich de Engelsche vloot aan de oostpunt van Curasao, en ofschoon van het fort Beekenburg dadelijk seinschoten werden gedaan en seinen werden ge- geven van de bovenposten, zeilde zij, zonder dat op het een en ander van den kant der stad werd acht gegeven, ongeveer te 6 ure de haven binnen, bezette het ontscheepte krijgsvolk de forten, bragt het later begonnen flaauwe vuur van een der drie in de haven liggende Hollandsche oorlog- schepen tot zwijgen, terwijl het vuur van het fort Nassau, op bevel van den inmiddels gevangen genomen Gouverneur changuion ophield. De Gouverneur bevond zich sedert den vorigen avond op eene plantaadje, een uur van de stad, over het Schottegat gelegen; de garnizoens kommandant pfeiffer lag in diepe rust, pas van eene partij te huis ge- komen...”
3

“... gemakkelijk te verteren. Dit zij ook gezegd van het schapenvleesch; welk dierensoort hier in groote kudden wordt aangefokt, om als slagtdieren te dienen, maar ook om melk en wol op te leveren. Zij hebben meestal horens en lange staarten. Hunne melk zoowel als die van de geiten is smakelijk, en men maakt er ook eene zekere soort van kaas van, zooals ook van de melk van het rund boter, doch welke boter en kaas verre bij de Hollandsche moeten achterstaan; de karnemelk is van zeer goede hoeda- nigheid, zooals men die alleen in Holland bij de boeren geniet. Dat men op Curasao de paarden melkt of de melk drinkt, heb ik nog niet vernomen (van de ezellinnenmelk schijnt men hier ook geen gebruik te maken, ook niet bij lijders aan borstziekten) ofschoon men hier alles kan te pas bren- gen en het zeker ook doet, als hel maar eenigzinls voor ge- bruik is geschikt. Maar toch ferme paardjes zijn hier, waar- van meestal gebruik wordt gemaakt onder den man (ook onder de vrouw, want de dames...”
4

“... zijn, die vóór dag en dauw (als hier dauw is, hetgeen ik betwijfel) op zijn en het huis verlaten, niet om het aangename der natuur rondom te genieten, maar om eene versche, koele lucht in te ademen voor dat de zon opkomt. Men raadt die vroege morgen-wandelingen den pas aanko- menden dan ook zeer aan, en hel is ligt te begrijpen, dal...”
5

“... onlangs het ongeluk had van mijne dierbare echtgenoot, aan de gele koorts, te verliezen, (welke koorts hier onder vreemdelingen, vooral onder de bemanning van de oorlogschepen en onder pas aangekomen soldaten, telkens vele slagloffers maakt), was ik niet gezind om die gewoonte na te volgen, maar het lijk op eene eerzame wijs te kisten en ten grave te geleiden. Van het dusgenaamd afleggen, aankleeden en parade leggen kwam dus niets; maar nadat de zeer eenvoudige doodkist was aangebragt, liet ik het lijk, in een laken gewikkeld, er in leggen, en dadelijk de kist sluiten, ook om de schadelijke uitwaseming te beletten. Op mijn verzoek droegen een twaalftal mijner vrienden, ge- huwden of weduwenaars, hel lijk ten grave. Geen misbaar of gehuil werd er gehoord, toen het lijk bel huis werd uit- gedragen, zooals anders tot mijne groote ergernis meestal plaats heeft, veroorzaakt door kleurlingen en slavinnen, welke soms wel daarvoor worden gehuurd en natuurlijk niets gevoelen, maar...”
6

“...147 de jeugd er bij tegenwoordig en kan zij het er bij te pas brengen, dan moet nog even de piano bespeeld (die vindt men toch overal) en de voeten eens even van den grond, als de receptiezaal er maar ruim genoeg voor is, en is zij het niet, dan ook al; want bekrompen of niet, dat komt er niet op aan, dansen is toch altijd pleizierig! ’t Ge- beurt ook dikwijls niet. Want ofschoon de jeugd er al van houde, de meer bedaagde leeftijd schept er zoo veel beha- gen niet meer in; ofschoon ouders hier al heel veel over hebben voor hunne kinderen, voor hunne dochters bijzon- der en haar niet gemakkelijk een vermaak zullen weige- ren , al hebben zij er ook zoo veel vermaak niet meer in. — Nu, de een blijft wel eens een uurtje langer zitten en pra- ten dan de ander, te tien ure is toch zoo wat de klok om hel bezoek af te breken; en na dan veel gepraat of niet veel gepraat, zeer stil dikwijls gezeten te hebben, gaat een elk, na aan ieder de hand te hebben gegeven, (dat geschiedt...”
7

“...153 wereld iets willen betalen voor zijne zitplaatsen, want men zegt: stoelen en banken zijn het eigendom der ge- meente en zouden wij dan betalen voor hetgeen ons eigen- dom is? Even als of dit in Holland niet hetzelfde geval is; want wat aan de kerk behoort, behoort aan de gemeente, die de kerk is; en toch vindt er niemand eenig bezwaar in, om en dikwijls wel voor veel geld, zich vaste zitplaat- sen te huren. En bij onze gemeente hier zou die huur ter tegemoetkoming in de uitgaven voor de kerk zoo goed te pas komen. — Te voren had de tegenwoordige koster zelfs geen tractement, maar had aangeboden, als hij er den post van aanspreker bij kon krijgen, het kosterambt gratis te be- dienen. Maar de man zag spoedig dal hij te groot gespro- ken had; vroeg en verkreeg eenige toelaag, die later nog werd vermeerderd. De kerkeraad deed bij het Gouvernement de voordragt voor een’ aanspreker, dat hem dan aanstelde. De betrekking van doodgraver is nu ook met dien van koster en...”
8

“...160 worden er door de zusters van Liefdadigheid, daartoe op- zettelijk uit het Moederland gekomen, verpleegd. Hoe groot het getal dienstdoende geestelijken en daartoe opgeleid wordende seminaristen op dit eiland is, is mij niet juist opgegeven, maar ik meen, over de twintig, en een niet veel minder getal zusters van liefdadigheid. Gedurig komen er nog uil Nederland aan, die, naar wij gelooven, vrij goed akklimaleren, ofschoon in de laatste jaren voor velen pas uit Europa aangekomenen, het klimaat op dit eiland zeer verderfelijk is geweest, alhoewel het te voren den naam had, dal het er zeer gezond was. Onderscheiden slagtoffers van het klimaat zijn reeds gevallen en vallen nog. Gaarne zouden wij ook eenige bijzonderheden omtrent de hier gevestigde Israëlitische gemeente, builen die, welke wij reeds hier en daar gegeven hebben, hebben medege- deeld, doch onze aanvraag daaromtrent aan den Rabbijn is niet beantwoord, hoewel niet met een onvriendschappelijk oogmerk...”
9

“...162 bladen onder het oog kreeg, ik hier en daar wel wat had aan te merken? Ondertusschen gedane dingen hebben geen keer, en met geen mogelijkheid kon er weder worden in- gebragt, wat ik er gaarne ingebragt, en ook uitgelaten, wat ik er gaarne uitgelaten had gezien. Door die inkorting zijn dan ook eenige leemten, en in het reisverhaal en ver- der ook, misschien door onduidelijkheid van mijn hand- schrift, eenige drukfouten. Wat in de vier eerste bladen mij aan te merken valt is dit: bl. 3, op het laatst kan de zinsnede: en in dat vertrouwen — uit wegvallen. — Op bl. 5 lees hoenders in plaats van eenden. — Bl. 6, de storm weder, in plaats van stormweder. — Bl. 9, zoo ver de pas- sagiers betreft, weglaten. — Bl. 20, Wighslreel lees High- street. — Bl. 23, Wesleyanen lees Mesleganen. — Bl. 24. Door de inkorting was niet gemeld, dat mijn jongste zoontje in het Nieuwe Diep reeds ernstig ziek was geworden. Op diezelfde bladzijde bij de nieuwe regel, moest een nieuwe...”