| 1 |
 |
“... verlicht. In bijzondere soort van wagentjes of
koetsjes laten dames en heeren zich door een knecht voorl-
trekken; zulk een wagentje, met kap voorzien, heeft drie
wielen, waarvan een, het kleinste, van voren. In wagentjes
van dergelijken vorm ziet men ook kinderen langs de stra-
ten voortstuwen. Het loopen van kinderen zonder kousen,
schijnt ook in dit saizoen vrij algemeen, terwijl er ook
voor kinderen van fatsoenlijke menschen meer vrijheid dan
elders schijnt te heerschen, door op straat met hoepels
rond te loopen en andere spelen uit te oefenen.
11 November. Zoo heb ik mij heden dan eens weder mogen
verkwikken naar den geest, door te mogen opgaan in het huis
Gods en mijne gebeden en dankzeggingen met de gemeente
van Zijnen Zoon, voor Zijn aangezigt uitstorten. Wel wa-
ren het mij onbekende menschen, met wie ik naar het be-
dehuis opging en die er mij in omringden, wel was de
taal grootendeels voor mij onverstaanbaar, waarin zoowel
eere- als leerdienst werd verrigt, maar...”
|
|