| 1 |
 |
“...8
aan tafel moesten zitten, namelijk elf passagiers, de kapi-
tein, en twee stuurlieden. De hoogte van de kajuit is goed,
men kan er met den hoed op regt in staan; bijna op het
einde is een lantaarn of luik met glas overdekt, dat er kan
afgenomen worden; daaronder hangt het kompas; in het
voorste gedeelte hangt eene niet slaande klok. Aan beide
zijden van de kajuit zijn drie hutten, dus zes in het ge-
heel, even groot, met eene ruime kooi voor twee personen,
een beddelafellje, waarin lampetkan, waschkom en verdere
gemakken: de kooijen echter zijn zeer laag, zoodat men er
ónmogelijk in overeind kan zitten. In elke hut is een raamp-
je, naar builen corresponderende, dat men kan openzetten:
in de beide laatste hutten twee: in de kooijen nog een
soort van raampje, zijnde van palentglas met een stevigen
schroef digtgemaakt, dat men bij stil weder ook kan open-
zelten, zonder gevaar dat de zee er in komt. Elke hul heeft
een spiegel, zeer ligle stoeltjes of tabouretten, en...”
|
|
| 2 |
 |
“....
In het Oost gedeelte der Wesl-divisie is de kerk van den
H. willebrordus, die tot nog toe echter slechts uit eene
strooijen hul bestaat, doch weldra, zoo als de bisschop...”
|
|