| 1 |
 |
“...115
■»
Nu heeft dat inwonen van gepensioneerde of niet gepensio-
neerde manschappen voor Curasao niet veel voor; want de
meesten, al reeds wat oud en door vermoeijenissen van al-
lerlei soort geknakt, nemen meestal nog jonge vrouwen,
verwekken een aantal kinderen, en leggen dan hun hoofd
neder, de moeders en nog meer de armenkas bezwaard
latende met de opvoeding en verzorging der weezen, die
echter, door nalatigheid en wangedrag van vele moeders,
later niet de beste soort der bevolking worden. Het varen
is dan veelal het eenig uitzigt van de jongens; het hoed-
jesmaken van de meisjes, zoo zij niet of door slecht-
heid der moeders en daardoor verwaarloosde opvoeding of
door luiheid gedreven, een ander ambacht kiezen, dat,
zooals ik hoor, nog al gekozen wordt. De meeste weezen,
door de Diakonie te ondersteunen (onderhouden is eene on-
mogelijkheid; ook beslaat er geen weeshuis) zijn soldaten-
kinderen; hoewel de kerkeraad (want Ouderlingen en Dia-
kenen beiden maken...”
|
|
| 2 |
 |
“... zal verminderen. Er zijn drie Gouverne-
ments scholen, wier onderwijzers worden bezoldigd, en
drie bijzondere scholen; behalve nog eenige, die een klein
aantal leerlingen hebben, en schooltjes voor kleine kinderen
(bewaarscholen heeft men hier nog niet); ook heeft de Israë-
litische gemeente een eigen school; en voor het onderwijs
der slaven is er sedert eenige jaren in de Wesl-divisie eene
school opgerigt, die onder toezigt staal der Roomsche geeste-
lijkheid en eene jaarlijksche toelage van hel Gouvernement
ontvangt.
Tol proeve van de taal voegen wij hier bij: hel gebed des
Heeren en de 12 Geloofsartikelen.
Gebed des Heeren. Noos téla, koe ta na ciëloel koe bo
nomber la sankliBkado! Koe, bo reina bini! koe bo voloen-
lad la koempli ariba léra asina koe na ciëloel Doena noos
awee pam di kada dia. Poordóna noos noos debé, asina koe
noos ta poordóna nan debé na noos debedoor nan. I no poné
noos deen leen lósjoon; ma librd noos di móloe. Pasóba di
bo ta reina, i podeer, i...”
|
|
| 3 |
 |
“...131
4. Koe la, soefri aban di Ponlius Pilatus, tébala kroe-
silika, a moeri, i tabala dera, i koe a bah4 deen ioegaar
nan die fiërnoe.
5. Koe di trees dia a lamanla fo di raoorlo.
6. Koe a soebi na ciëloe, a sienta na man dreetji di
Dioos, lala (odo poderóso.
7. Di oenda lo baba pa hoesgé beende biboe, i moorlo
nan.
8. Mi la keré na Spiriloe Santoe.
9. Mi la keré, koe tien oen kesti santoe di Kristoe, koe
ta deen toer moendoe; marameenloe di santoe nan.
10. Mi ta keré na pórdon di pikar.
11. Na lamantemeenloe fo die moorto.
12. Na bida pa eternidad.
ZEDEN EN GEWOONTEN.
Onder deze rubriek kan ik al heel wat mededeelen, en
het gemakkelijkste er van is, dat ik mij aan geen orde heb
te binden. Maar daarom lever ik ook schetsen. Ik hoop toch
eene zekere orde in het oog te houden en niet van den hak
op den lak Ie springen, en begin met den morgen en hoop
met den avond te eindigen. Zooals in alles hier eene zekere
eenzelvigheid, eenloonigheid heerschl, waardoor hel op...”
|
|