Your search within this document for 'as' resulted in two matching pages.
1

“...101 boven. Hef zijn stevige wagens, die op éénen breeden as rusten, waaraan groole, breede wielen zijn bevestigd. Voor- aan is een disselboom, waaraan twee ossen, niet gespannen, maar met een dwarshout, dat aan beider hoorns bevestigd is, en dus op den kop rust (tot geen groot gemak ge- loof ik van die dieren, die den kop aldus volstrekt niet be- wegen kunnen) zijn vastgebonden. Is de weg zwaar, dan spant men voor deze nog twee anderen, en die vier zijn dan genoegzaam om een zwaren Jast den berg op te bren- gen. Vóór de ossen gaat een geleider, die door zijnen gang aantoont welken weg of welken kant van den weg de ossen gaan moeten, om groole steenen of kuilen te vermijden, en die hem dan ook geregeld volgen; naast of achter de ossen loopt een andere knecht (slaaf) om met stok of zweep de ossen, die gewoonlijk niet zeer vlug zijn, aan te drij- ven. Nu zijn er in die kSrren, (welke ook overdekt kun- nen worden), geen banken aangebragt, die op riemen rusten, zooals dat...”
2

“... uilgegaan, zich van den grond opgeraapt (want het grootste gedeelte der bevolking slaapt op den grond; en dat wel zonder eenige onaangenaamheid te gevoelen; wat vermag de gewoonte niet!) zich van den ezel hebben af- gewenteld of uit het ledekant geklommen zijn, om het vuur aan te maken, water op te stoken , koffij te zeilen (de meeste Cura^aonaars toch zijn niet in hun schik als ze niet vroeg een kop koffij hebben met veel suiker); een’wandeltoer te ma- ken (Icuijeren zegt men hier) of per as, of per pontje naar eene plantaadje te gaan, er den dag of eenige dagen door- brengen, hetzij om bezigheden, hetzij om versche lucht te scheppen; die dan winkels hebben, sluiten ze en verkoo- pen niet, totdat ze weêr in de stad komen; — of dat er zijn die alle instrumenten om op te slapen, niet later verlaten, dan als de zon reeds hoog is en men bang is, wegens de hitte zijn’ neus buiten de deur te steken; waarvan ik geloof dat vele dames vooral niet vrij zijn te pleiten, ofschoon er ook...”