| 1 |
 |
“...white squalls, hebben somwijlen,
doch niet veelvuldig, tusschen de bovenwinds eilanden
plaats. In tegenstelling der orkanen kenmerken zij zich
niet door zware luchten, maar door eenen grijzen mot-
achtigen regennevel, welke op den geel gekleurden hori-
zont hangt. Verbreekt zich die geelachtige streep tusschen
de kim en het schip, dan nadert de bui hard, vliegt met
geweld door het tuig en weinige minuten later is de korte
stormbui wederom bedaard.
In het algemeen kan men van het slechte weder in
deze wateren gerust zeggen, dat hel zeldzaam aanhoudt,
en meest altijd zich tot korte, doch wel eens harde
buyen bepaalt.
(1) Z. M. Brik Pegasus had de ondervinding van die stormachtige
dagen....”
|
|
| 2 |
 |
“...zonder land gezien
te hebben, daaruit kunnen besluiten bewesten de Maro-
wyne te wezen.
Met uitzondering der maanden half Julij Augustus,
September tot half October, zal men steeds, tot onder de
kust, eenen frisscben noord-oost passaat behouden : doch
meestentijds verliest men dien in de opgenoemde maanden
reeds nabij den lO"^ of 12'^ graad noorder breedte en
bekomt stilten, veranderlijke winden, buijen, sterke en
zeer onregelmatige westelijke stroomen, somwijlen met
sterke rafelingen en hooge korte deining, benevens de
reeds vermelde verkleuring van water. Hier moet men wel
degeiyk op lellen, ten einde, als men dat verliezen van
den passaat ontwaart, liever den koers wal zuidelijker te
stellen, opdat men niet te veel om de west zou drijven,
maar nabij de Marowyne land halen kunne.
Ofschoon miswijzing kaarten niet als een voortdurende
of blijvende gids kunnen beschouwd worden, omdat de
miswijzing zoo dikwerf aan verandering onderhevig is,
zoo kan echter voor het tegenwoordige de miswijzing...”
|
|
| 3 |
 |
“...liggen) soms
cene aanmerkelijke slagzijde bekomt.
Bij het opvaren wordt men door den noord-oost passaat
zeer geholpen. Bijna al de rakken en bogten zijn dan,
vooral over dag, als wanneer er meestal eene frissche
koelte waait, te bezeilen. In den regentijd echter kan
men wel eens genoodzaakt wezen van werpen te moeten
gebruik maken.
Schepen die deze rivier bezoeken om hout in te laden,
doen hel best zich te verluijen voor een zwaar anker,
stroom opwaarts, en het stopanker stroom afwaarts. Men
korte dan, met dal gedeelte van het schip waar zich de
laadpoort bevindt, naar den wal en meere zich goed vast:
want de stroomen loopen hard. Men make vervolgens eene
stelling of brug uit twee boomstammen, met dwarshouten
er over, en hange deze met het eene einde aan het schip,
op gelijke hoogte met de laadpoort, terwijl het andere
einde op den oever rust. Over deze brug kan men dan
met een gein of wuit de balken binnen boord slepen.
Op sommige plaatsen kan de ondiepte bij den oever wel
eens beletten...”
|
|
| 4 |
 |
“...446
3i>. Van Curafaos noordpunt is de verdere strekking van den wa5
Z. t. W. en Z. Z. W. maar op Buon-Ayre loopt van daar de wal
ruim een halve mijl om de West, met ne, slechtsllaauwe zuidelijke,
inbogting en eindigt in de noordwestpunt. Die N. W. punt i een
korte stompe hoek, ongeveer van gelijke hoogte als de noordpunt en
met zwartachtige rotsen. Van hier neemt de kust plotseling eene
wending naar het Z. en Z. t. W. tot aan den westelijksten hoek van
Buon-Ayre, van waar de kust om de Z. O. bogt en de noordzijde der
Commandeurs-heai vormt; terwijl een weinig beoosten dien hoek de
reeds vermelde Zadelberg zich bevindt. Curacao heeft geen
berg die daarop gelijkt, en indien men (in den waan dat men be-
noorden Buon-Ayre was) met helder weder langs de westzijde van
Curacao stuurde, dan zou men eerder dan eenen aan den Zadelberg
van Buon-Ayre gelijkvormigen berg te bespeuren den Tafelberg van
Curasao ontwaren, welke, ofschoon iets minder hoog dan de Chris-
toffelberg, een der schoonste ver...”
|
|