Your search within this document for 'brik' resulted in eight matching pages.
1

“...zij zich niet door zware luchten, maar door eenen grijzen mot- achtigen regennevel, welke op den geel gekleurden hori- zont hangt. Verbreekt zich die geelachtige streep tusschen de kim en het schip, dan nadert de bui hard, vliegt met geweld door het tuig en weinige minuten later is de korte stormbui wederom bedaard. In het algemeen kan men van het slechte weder in deze wateren gerust zeggen, dat hel zeldzaam aanhoudt, en meest altijd zich tot korte, doch wel eens harde buyen bepaalt. (1) Z. M. Brik Pegasus had de ondervinding van die stormachtige dagen....”
2

“...Rocca eilanden, ot tusschen Orchilla en Tortuga door, om de noord loo- pen (1). Zulks is zelf in Junij Julij en Augustus aan te raden, omdat men in die maanden, in het noordcliik gedeelte van deze zee, het meest buijige en stormachtige weder, door stilten afgewisseld, den sterksten stroom en de moeijelijkste zee aantreft. Gedurende dit opvverken bezuiden de eilanden, stelle (4) Bij het om de noord loopen rij men (als men een dezer twee laatste doortogten gekozen heeft) indachtig aan het geen Z. Brik do EoTio voorkwam omstreeks de U 2il' k 24' noorder breedte en 66 10' 4 15' lengte bewesten Greenwich, namelijk dit: dat men daar des nachts, met mooi weder en helder maanlicht, op eens door eene zware stortzee overvallen werd. De Columbian Navigator maakt, in deszelfs 3 deel der 2= uitgave (1839) op hladz. 23 in eene noot, daarvan gewag en de Luitenant ter zee isschop greeveunk maakt er de aanmerking bij dat h.j in eene kaart, daar omstreeks, eene bank had aangcteekend gevonden, met 5 vademen...”
3

“...394 winden kunnen tretfen, en digi onder den wal des naclils veelal landwinden hebben, gelijk bij voorbeeld Z. M, Brik de Merkuur, dil in Januarij 1820 trof. Is men van Curasao regelregt naar Suriname bestemd, zonder op een der bovenwinds eilanden noodig te hebben, dan loope men, tusschen Junij en September, liever dan bezuiden de benedenwinds eilanden op te werken, ter- stond om de noord en zeile tusschen St. Domingo en Porto Rico door, den Atlantischen oceaan in. Men kan alsdan dikwerf onder den noordwal van Porto Rico voordeelige Z. O. of landwinden aantreffen, die het op- werken zeer bevorderlijk zullen wezen, doch men late zich door eenen voordeeligen bakboords boeg niet misleiden: want als men te ver nit den wal loopt, zou men het be- haalde voordeel wel eens weder kunnen missen. Van Porto Rico's wal kan men verder om de noord loopen tot onder den keerkring, of zoo ver als noodig is, om over stuurboord, hoog genoeg op Guyanas kust, land te halen. Dit opwerken benoorden Porto Rico...”
4

“...zoowel er beoosten als bewesten, is volkomen zuiver, onpeilbaar en tevens vrij van den gewonen, om de West loopenden, stroom. Onder de westzijde, die eenigzins inbogt, kan men des- verkiezende ankeren en men zou dit kunnen doen, wan neer men van om de Oost kwam en het reeds te laat op den dag was om nog met den dag de St. Anna-haa\ in te loopen, terwijl men dit niet met den nacht wilde doen. In het jaar 1822 heeft de kapitein-luitenant ter zee DiKGEMANS, door de bemanning van zijne onderhebbende brik de Kemphaan op de zuidzijde van dit eilandje een steenen baken doen oprigten. Van hetzelve zijn van tijd tot tijd steenen afgerold, zoodat het, in den aanvang op Ij mijl zigtbaar, thans nog schaarsch op e'ne mijl kan gezien worden. Niettemin blijft dit baken, met twee tame- lijk hooge struiken op de N.W. zijde, het eenige kenmerk van het eilandje, hetwelk z laag bij het water is dat men, van om de Oost komende, gemeenlijk de zware branding, die tegen de N. O. en O. zijde staat, eerder gewaar wordt...”
5

“...(170, 136 lot 68 palmen) looden. Het fort ligt aan het eind der groole baai, die, gelijk vroeger reeds gezegd is, in het noorden en oosten door het land gedekt wordt. Aan den noordkant van de baai ligt, evenwijdig met den wal, een laag met mangelenbosch begroeid eilandje, klein BuonAyre genaamd; aan welks noordkant men, op 3 kabellengten van hetzelve, 6 en 4 vademen (102 en 68 palmen) zandgrond heeft. Men kan daar ankeren en ligt er beveiligd voor soortgelijke onge- vallen, als ten aanzien van de brik Sirene^ bij de orca- nen, reeds medegedeeld zijn; doch men is er wel een uur roeijens van het fort verwijderd. Klein Buon~Atjre voorbij zijnde, stuurt men regt op den vlaggenstok van het fort aan, zorgt een paar goede tros- sen en sloepen tot het uitbrengen derzelve gereed te heb- ben en laat dan het schip, bij het fort, met den steven in den wal loopen, inmiddels de trossen uitbrengen, vast- maken aan de ankers of stukken oud geschut, die zich...”
6

“...wal, 17 vademen (29 ellen) en verder op terstond fiO vademen (102 ellen) zand en koraal looden zal. Bijal- dien men dus niet eerst zorgt eene goede tros vast te heb- ben alvorens men het anker laat vallen, dan loopt men gevaar, dat hetzelve niet houdt, maar mede doordregt, te meer dewijl de wind aflandig waait. Als de wind uit het zuiden of westen wil komen, dan kan men, aldus geankerd en gemeerd liggende, niet vrij van den wal blijven, gelijk zulks in Junij 1831 bewezen is geworden, toen Z. M. brik Sirene met zulk eenen wind hier strandde; doch het is reeds bij het hoofdstuk over de winden gezegd, dat dit eene bijzonderheid was, van welke men, noch voor noch na dien tijd, voorbeelden gehad heeft. Tot voorziening in gebrek aan water of levensbehoeften is deze reede volstrekt ongeschikt, alzoo beiden op het eiland zeer schaars zijn. DE ly-afes of FOGEL-EILANDEN. De eilandjes Ly-Aves bestaan uit twee groepen, elk be- vattende n betrekkelijk groot en drie kleine eilanden, welke onderling door...”
7

“...62 37'28'' 17 8 13 17 5 O 62 49 30 17 17 36 ld. Espinosa Churucca. 17 25 8 Fr. Officier. 0 62 54 17 21 Deze bepaling van den Hr. Grbbvki.ik is de ligplaats op de reede, hebbende den kerktor. O.N.0. opeenekleinexraijl. 17 29 11 5 30 Grevclink. e punt der 17 29 35 17 39 35 Churucca. ld. 17 39 20 17 38 63 42 38 63 38 55 ld. Connaiss. des tems. Churucca. 17 55 35 17 52 27 17 54 27 17 53 7 O 62 57 40 62 54 62 51 62 51 29 17 53 0 62 52 62 59 12 de Connaissance des in het oog loopcnd verschil is. Z.M. brik Pegasus *5 'i 17 58 4 1820 de breedte opgaven van dit eiland, tusschen pcanv. ^1 \ 1834 v..n zeelieden zulk een, in het oog loopcnd, verschil 1 ??^edte, door p ^ * reedto 15 42' 30", volgens peiling en herleiding der middag-bi-ecdte; doch, \\ gedaan, *oo PSgeven, schijnt gegrond te wezen op waarnemingen, op Duitsche mijl van Nanticni tPgavo als de liesto aan te prijzen, want de Pegasris was veel verder uit dou Magazine van 1838 seeft on 15 40' 50** n o...”
8

“...40 15 450 11 49 30 64 43 6 11 49 6 64 42 4 ld. 11 52 42 64 34 8 ld. 451 Aanmerhin^en, ( Espisosa stelt 12 Fidalgo stelt ) I2am^'en7 ( r' 4G^f:; - . Deze U. enB.opga- rveh. zijn naar aanlei- 1 ding der opmeiing. Vop'dal eiland door f Holl. Genie-Offic. Igedaau, tijdens men daar de versteik.- I werken aan hetfUf- 'fort vervaardigde. Bgl de Vroc 24' " CZartiiawx 11 50 ) 12" en 66 14'2" r volg. PuRDT gezien j in 1803. DoorZ. \ M. Corvet Comeet (gezien in 1820. , Bespeurd in 1836 door Z. M. Brik Echo; de Heer Grebvbiixk geeft op voor de N. B. 14 23' 10" en tusschen 66 10' en 66 15' L.W....”