1 |
 |
“...het belang der vloot,
voornamelijk wijl het orkaanseizoen op handen was en de vloot
bovendien gevaar liep gebrek aan levensmiddelen te krijgen
door de 700 slaven, die men in de Fransche kolonies had ge-
nomen en ingescheept, waarbij zich nog een honderdtal planters
dier plaatsen hadden gevoegd ter kolonisatie van Tobago.
Binckes zond daarom drie schepen van oorlog, onder bevel van
kapitein Jan Bont, met deze kolonisten en ruim 400 slaven
naar Tobago, terwijl hij zelf met de rest der vloot den SOsten
Juni naar Hati vertrok doch, daar vernemende dat de Fransche
admiraal cl'Estres Tobago bedreigde, snelde hij dat eiland te hulp.
Terstond na het vertrek der Hollandsche vloot namen de
Franschen, die zich na hun nederlaag in de bosschen op de
bergen hadden schuil gehouden waarom Binckes dan ook
vermeldt niets verders omtrent hen vernomen te hebben
weer bezit van hun gedeelte van het eiland, hetgeen de weinige
Hollandsche kolonisten niet konden of niet wilden verhinderen,
terwijl de Franschen...”
|
|