| 1 |
 |
“...kortom in alle hoofdstraten zijn er
doorloopend politieagenten. Deze posten worden door mij
persoonlijk en den Commandant genspecteerd en steeds vin-
den zij ze waar ze wezen moeten. In de Breedestraat Wil-
lemstad loopt er den ganschen dag politie van en naar het
Kaarthuis en de hoofdwacht. Als hier geen overdrijving bij
don Heer Winkel in het spel is, dan is het hem vergaan, zoo-
als zoovelen, die op het oogenblik, dat zij de politie noodig
hebben er even naar uitkijken, en haar niet vindt, de mota
montalis maken O! de politie is er nooit, en dan als de politie
er werkelijk is haar voorbijloopen zonder er op te letten, om-
dat hun hoofd vol van andere zaken is.
Ten slotte moet ik den Heer Winkel uit de waan helpen,
dat er na het Voorloopig Verslag meer politie op de Handels-
kade zou zijn. Is er nu meer politie, dan was er vr dien
ook meer politie dan de Heer Winkel meende. Er is toch
geen bijzondere order over deze zaak aan de politie verstrekt;
omdat het overbodig was, de algemeene orders...”
|
|