| 1 |
 |
“...aauhef vau het goddelijk woord der wekelijksche af-
deeling op dezen Sabbath-dag in alle Sinagogen verkondigd.
i)e Isralieten in Nederlanden zijne Kolonin woonachtig, vol-
gen dat woord op en vergaderen heden in hunne bedehuizen^
om s Konings verjaardag plegtig te vieren, den Eeuwige te prij-
zen en te danken, dat Hij het leven van onzen geliefden Vorst
gespaard heeft, om tot nut van zijn volk werkzaam te zijn. Israel
n Nederland,de twee uitverkoren natin in de oude en nieuwe
geschiedenis om het wachtwoord van Sinaide vrijheid van
geweten,de volkeren der aarde te verkondigen. Israel het
kleinste volk,Nederland het kleinste koningrijk,beiden door
de machtigste potentaten onderdrukt, hebben ook den langsten
strijd gevoerd, om die vrijheid ten koste van alles te verkrijgen,
en oeketi nu door hunne uitstekende nationale karaktertrekken,
door nijverheid, door den beschermden invloed des koophandels,
hunne roeping te vervullen, de verbroedering der menschheid tot
stand te brengen.
n als Isralieten...”
|
|
| 2 |
 |
“...De dicbterlijke Ezechiel in het eerste hoofdstuk zijner pro-
phetin beschrijft deze Cherubim, met de viervoudige gezigteu
van een leeuw, een arend, een os en een mensch, welke de grootste
krachten in het diereurijk vertegenwoordigen. Deze Ckerubim
welke de arke bewaakten, stelden daarom voor:Qodh toet, be-
schermd door de grootste krachten welke voorstelling door het volk
begrepen werd, als uitdrukkende den wil des Eeuwigen, dat gee-
ne macht op aarde Gods wet kan vernietigen, noch Israel kan
uitroeijen : Israel dat het verbond met God tot verkondiging de-
zer wet had aangegaan.
Het Nederlandsch volk bezit zulk een arke des verbouds
met het Vorstenhuis van Oranje, waarin ook de hoogste wet des
landsde Grondwet,bewaakt en beschermd wordt door de groot-
ste krachten waarvan wij ons een denkbeeld kunnen vormen,
De ontwerpers dezer grondw-et waren ook mannen, gelijk Bezalel,
vervuld met eenen goddelijken geest, met wijsheid, verstand,
wetenschap en bekwaamheid verrijkt, de gave bezittende om...”
|
|
| 3 |
 |
“...ittojngen.of oen rooinloozoi dood in de brniscliende golven te be-
reiden, terwijl liet Nerhiiidsch volk, gelijk Israel v.iii ouds, vei-
lig het drooge land bereikte, zijn intrede deed in de belegerde ste-
den, de inwoners voor huii heldenmoed linlde bragt en n.iet Mo-
zes lofzang den Heer der Heirscharen dankte : VAngt den Een-
icige JHe hoog verheven is, paard en ruiter starts Hij in zee.''
De naain van den Bevrijder oiizes volks, de eerste van het
doorluchtig geslacht der verscheidene Willems, ons uit het Huis
van Oranje gesclioukeii, doet onsljiirt van onbegrensde liefde klop-
pen. Al zijne nazaten volgden zijn heldhaftig en roe/inrijk voor.-
beeld, niets te hoog schattende, ja zelfs hun leven opoereude voo.r
de bevrijdingen verdediging van hun geliefd Volk. Geen hunner
echter gW bewijs van giooteren heldenmoed dan onze tegenwoor-
dige Kouing Willem, wanneer bij rampen van overstropmingen,
hij het Herlandsch volk voorging oin de ontzaggelijke golven dep
doortocht tot ons geliefd land...”
|
|
| 4 |
 |
“...het gevaar der vervolging door moordadige rassen die de
aarde bewonen, soms zijn toevlngt zoekt in onbegaanbare bergen
en de donkerste scliniliioeken tot woonplaats uitkiest, zoo was
ook Israel genoodzaakt voor lange en bange jaren in grotten,
spelonken en ouderaardsche gewelven te wonen, om den bloed-
dorst van verschille'nde godsdiensten en hare vereerders te ont-
komen. Doch te midden van deze atgmeene verdelgingsoor-
log bleef Israel getrouw aan het verbond met God gesloten en
diTWet in de arke bewaard, en daarom bleef de arend, de kracht
van Vrijheidszin Israel en de Wet w.iken, en door de be-
scberming van God ons geschonken, werden wij geleid naar het
land der V^ereenigde Nederlanden, dat ons tot toevlngtsoord
verstrekte, en de zeven Gewesten werden de vrijheids plaatsen
voorliet verbannen Israel. Het Nederlaiidsch volk had de vaan
van onafhankelijkheid ontbloot, en de Vader des Vaderlands,
Willem de Zwijger had verklaard : Je Mainendrat, en Jiaa
en verbond met edelen en burgers gesloten...”
|
|
| 5 |
 |
“...wieesten te kampen liaddeii, van iii liet kleiiiisf i
Ero|,a tc ,vo,.a, en tenecll.i.rell 3'
srraiLS's'
een43^TS;i tSe',;
seherimng aan de Joodsclie wetensckap gescLonken' Terwiil eT
ders, godsdiensthaat en dweeperii de o-.aipJL ,
liabbijnen tot het vuur veroordedilen fn Un i onzer
van God met Israel,-de Wr^an sS
werden in het vrije Nederland deze gleerile schriftS dui.d
voudig vermenigvuldigd, door het kraehHo-r^^^^^ duizeud-
dwingelandij en dweepzucht,-de drukS^r m.
boekwerken der Hebreeuwsche letterknn7m schoonste
.1. Hederlanaacue drS^:;!;%'aTiS'en'p.3. "V/C
Ding onzer Wet, de studie van den {TalmnP
Joodsche godgeleerdheid werd daard/r bevorderd en
WIJ ook niet mogen aannemen, dat door din zouden
en kennis, het Jodendom in Nederland zoo zeer gehechf
het oudvaderlijk geloof, en geene uitheemschrLIriin^n ;
eeredienst toelaat ? Kennis bW waarheid
kracht, zij verheft den menS^vTu
iru';aXt4sf.
aarde, de wettea der JSeaheid e VerlrroWeviag vTrkS^g'eai
W/lle^teZwSrTe 3 31 >' 'an Oraeje.
houwen...”
|
|
| 6 |
 |
“...'f-V
10
jprkoimei) in wnarlieifi des liarteii, dut; Gij de Kegeerder aller
iiiitien en de eetiigste Ueeivscdier aller iiienselien zijt; dat gelijk
Israel door de wnestijn (jes levens zijne besteniining heeft leereii
kennen, aldus Nederland zijn roem te ilaidven heeft, aan de vele
verwoestingen en beproevingen die het te doorstaan had ; en zijn
overtuigd dat het verbond niet U gestoten,de vrijheiil van ge-
Aveten,ook het bestaan van ons Vaderland heeft verzekerd ; en
dat ondersteund door de grootste kraeliten die een natie kan be-
zitten,Heldenmoed^ Vrijheidftzii, Nijverheid en Wetenschap,^
ons dierbaar Volk tegen alle gevaren der natuur, alle ganvalleu
van veroveraai'S zal besehernid blijven.
Ooedertierende Vader 1 Wij gevoelen onze nietigheid in
hef. bew'ustzijn, dat terwijl wij nn feestvieren ter ecre van onzen
hooggasehatten Koning, hij welligt de strijd des doods doorstaat,
en het mogelijk door is bevolen, het Nerland$ch volk in ronw
en smarte te dompelen, door het afsterveu van onzen...”
|
|