Your search within this document for 'mei' resulted in two matching pages.
1

“...de Rijksbegrooting gepensionneerd zijn geworden, voor zoover zij op of na 1 Januari 1931 bij de militaire politietroepen dienst hadden ge- daan, in het fonds opgenomen. Voor zoover zij niet meer in dienst zijn, worden hun eigen pensioenen, die ten laste van de Rijksbegrooting waren toegekend, door het Algemeen Curagaosch Pensioenfonds betaald. Met ingang van 1 Januari 1945 is het onderwijzend personeel van de R.K. Ambachtsschool St. Jozef deelgenoot in het fonds geworden ingevolge K.B. van 12 Mei 1945 (Ned. Stbl. F 74, P.B. No. 109). In dit K.B. is ook het personeel van het beheerskantoor der Indische Pensioenfondsen in Curagao genoemd. Dit perso- neel werd echter in feite reeds als deelgenoot beschouwd. De pensioenen dergenen, die tot dit personeel behooren, zijn op dezelfde wijze geregeld als die der burger- lijke landsdienaren en komen ten laste van het Algemeen Curagaosch Pensioenfonds. (Art. 6 van de Regelen voor het beheer van het fonds, P.B. 1937 No. 9). § 7. Voor de regeling van...”
2

“...diging, werden de baten en de lasten van het pensioenfonds grooter, echter de las- ten meer dan de baten. Evenals vr deze wijziging zijn de bezoldigingen voor gehuwden hooger dan voor ongehuwden. § 12. Sinds 1 Januari 1942 worden, in overeenstemming met den gewijzigden levensstandaard, in Curagao op de pensioenen en op de bezoldigingen tijdelijke duurtetoeslagen toegekend (P.B. 1942, No. 146 en 195). De op den balansdatum gel- dende toeslagen zijn vastgelegd bij de gouvernementsbeschikking van 20 Mei 1944 (P.B. No. 84) en worden toegekend aan alle buiten vroeger bezet gebied vertoe- vende gepensionneerden, weduwen en weezen. De toeslagen worden tegelijk met de pensioenen uitbetaald, maar door het Gouvernement gerestitueerd. Zij behooren dus niet tot de verplichtingen van het fonds, en zijp bij de berekeningen buiten beschouwing gelaten. In § 64 is een schatting gegeven van den toestand van het fonds in het .geval, dat de duurtetoeslagen als vast beschouwd zouden worden. § 13. Omdat deze we...”