| 1 |
 |
“...geliefde nicht
Henrietta wedervond.
Op deze wijze ontknoopte zich thans, door de
oplosfing, die elk der nu vereenigde vrienden van
zijn wedervaren gaf, al het raadfelachtige, dat tot
hiertoe in de ontmoetingen van fommige perfonen
in deze gefchiedenis voorkomende, was overgeble-
yen. Zoo vrolijk, met zoo veel hartelijke vreug-
de was te Am ft er dam, misfchien finds langen
tijd geen avondftond gevierd; hadden zich finds \
lang geene vrienden in gezelligen kring bijeen
gevonden; vrolijk ging de beker der vriendfchap
* en der vreugde van mond tot mond; het was lang
na middernacht eer iemand van fcheiden fprak.
Jufvrouw HENRiTTA Dalman zou, bij voorraad,
Ijaar verblijf ten huize van hare moederlijke vrien-
din Mevrouw Swarthoven houden, tot tijd en
wijle sKonings verlof den Luitenant Renberg
vergunnen zoude den vurigften zijner wenfcben be-
kroond te zien, en haar, de beminde van zijn
hart! als zijne gade te bezitten. Weldra betrok
nu...”
|
|