Your search within this document for 'Europa' resulted in two matching pages.
1

“...DE NEEF VAN CURASAO. 53 huizen van Europa deed. Aan deszelfs hoofd ftond van der Staps handelgenoot, de^ brave Roelof Delme die het beheer van zaken voer- de en ten wiens name de handelgemeenfchap werd gedreven. Jan die genen lust had het geliefkoosd boord met eene plaats vr den fchrijflesfenaar te verruilen, zat achter het fcherm; hij droeg voor zijn aandeel, de klinkers bij; Delme zijne han- delkennis, beproefde trouw en werkzaamheid. Zoo waschte de eene hand diar de andere, en beiden werden met rijke winden gevuld. Omtrent dezen tijd- ontdond de drijd der onaf- hankelijken in Zuid-Amerika i het vuur des krijgs, dat lang gefmeuld had, borst thans in laaije vlam- me uit. Die omdandigheid wakkerde de onderne- mingszucht der kooplieden aan. Delmes fchran- der oog ontwaarde ras, dat men, om voordeel te doen, zich in de nabijheid van het oorlogstooneel moest bevinden, Om geene kanfen te laten voor- bijgaan, Vdevende van per Stap, naar Curasao; vestigde er zijn verblijf; en had weldra met de...”
2

“...groet, met den zegen van haren vader. Vaar- j, wel, mijn zoon! fprak de achtingwaardige grijsaard diep getroffen. Wij zien u met wee- moedige bekommering vertrekken. De toekomst is y, voor u donker. Nog is de oorlog niet verklaard; maar alle toebereidfelen doen vermoeden, dat dezelve weldra zal uitharden. Het leger, waar- toe gij behoort, trekt thans Duitschland in, maar de Hemel weet, waar verder heen. Als een Slagtoffer der heerschzucht van den dwinge- land, onder wiens ijzeren roede Europa thans gebukt is, gaat gij, waar flagvelden en hospita- len, waar krijgsgevangenfchap en duizend andere gevaren u welligt vrbeiden. Doch houd goeden moed en den Hemel voor oogen. Blijf aan eer en pligt getrouw; en vrees niet voor de rampen die u dreigen! Ziet gij dezen handwijzer, Ren- berg? Zoo wijst elke ramp, die u op uwen verderen levensweg zal wedervaren, u op den ), weg, welke naar het betere vaderland geleidt. Strijd daarom den goeden ftrijd, dien der volharding in deugd en p...”